“Eigenlijk denk ik daar heel veel over na, misschien wel teveel”, getekend Kees Akerboom ex-profbasketballer (inmiddels).

Een van de beste Nederlandse schutters ooit en überhaupt een uitstekende basketballer  stopt ermee, Kees Akerboom. Een beslissing die niet geheel onverwacht kwam gezien zijn rol in het team afgelopen seizoen, gezien zijn leeftijd van 34 en gezien ook zijn privésituatie met drie kleine kinderen (jongens dus wie weet…)

Een piepjonge Kees Akerboom van 16 zag ik voor het eerst in sporthal de Crosser in Werkendam. Toon van Helfteren was coach van de formatie die toen nog Eredivisie speelde. Die ploeg ging de bekerfinale spelen en ik had met de coach ruim voor de training een afspraak voor een voorbeschouwing. Eenmaal in de Crosser bleek Van Helfteren niet alleen, hij was bezig met een piepjonge Kees Akerboom. Zoals zo vaak bleek (en blijkt) de huidige bondscoach een neus te hebben voor talent (ook afgelopen seizoen nam hij iemand onder zijn hoede).

Enfin de afgelopen 16 seizoen die Kees speelde in de Eredivisie heb ik hem heel vaak gezien, ook het duel tegen EiffelTowers Nijmegen waarin Kees 40 punten maakte, en gesproken. Een va de leukste interviews was (alweer) negen jaar geleden. Eigenlijk geeft dat gesprek van september 2009 (gepubliceerd in het helaas niet meer bestaande Rebound Magazine) heel goed weer wie Kees is.

Kees Akerboom kende het beste seizoen uit zijn carrière. Voor de 25 jarige small forward van EiffelTowers kwam de terechte beloning in de vorm van een plek in het All-Star team. Akerboom schoot zijn driepunters dit seizoen raak tegen 48,6 procent. Daarmee was hij de meest dodelijke schutter van de competitie. Zijn schotpercentage was het hoogste in Nederland van de afgelopen zeven seizoenen.

Kees Akerboom debuteerde in het seizoen 2002-2003 met Den Bosch in de Eredivisie. In zijn debuutjaar schoot hij zijn driepunters tegen 32,1%, nu dus veel beter. Aan de hand van basketballkenners krijgen we inzicht in de schutter Kees Akerboom.

 Toon van Helfteren, eerste profcoach: Jij moet schieten en niet denken aan een ander. Als je niet schiet, word je gewisseld!

“Dat is eigenlijk het beste advies dat ik ooit heb gekregen. Toen ik voor hem speelde was Huijbens de ster, Sam Jones de leider. Ik was toen de derde scorer. Na dat seizoen heb ik altijd in teams gezeten met tien gelijkwaardige spelers. Dan moet je vechten voor je plek en ben je erg afhankelijk van de spelverdeler. Ik ben altijd blij geweest met dat seizoen en heb er veel zelfvertrouwen aan over gehouden.”

 Randy Wiel, ex-coach: In essentie is Kees een betere schutter dan Travis Young.

“Ik wil me niet vergelijken met hem. Travis is wel iemand die als hij ‘hot’ is alles erin gooit en dat gevoel kan ik ook opwekken. Als je dat eenmaal hebt, lijkt de basket wel een oceaan. Dan gaat alles raak. Ik heb hem op de training trouwens regelmatig verslagen.”

Paul Baard, sportpsycholoog: Het brein van een schutter die maar niet lijkt te kunnen missen, integreert denken en ervaring, maar werkt bovenal razendsnel.

“Ik denk altijd vantevoren na of ik kan schieten of niet, daardoor heb ik een kleine voorsprong op de verdediger.”

Marco de Waard, oud-schutter Oranje en Den Helder: Ik weet uit ervaring hoe het voelt als het even niet lekker loopt. Dan zit je niet lekker in je vel, maar een schutter mag nooit twijfelen.

“Aan het begin van dit seizoen was ik redelijk vermoeid. Toen ging het een periode minder, toch bleef ik schieten. Alleen is het verschil tussen schieten en schieten met zelfvertrouwen groot. Dan ga je twijfelen of je het schot wel of niet gaat nemen. Je moet de knop om kunnen draaien. Dat probeer ik te ontwikkelen. In de eerste finalewedstrijd tegen Amsterdam bijvoorbeeld schoot ik een paar ballen mis. Zij pakten de rebound, scoorden en zo ontstond er een gat. Ik had het gevoel dat ik de oorzaak was. Ik moet mentaal groeien om beter te worden.”

Steve Kerr, ex-NBA-schutter Chicago Bulls: Door gericht te trainen werd ik een veel betere schutter.

“Weet je, ik train niet eens zozeer op mijn schot dat gaat gewoon vanzelf.”

 Ray Allen, schutter van de Boston Celtics: Je moet trainen op schoten die je neemt in de wedstrijd. Dat doe je keer op keer. Je doet het voor de wedstrijd, na de wedstrijd en je doet het als je moe bent, want dat ben je ook in de wedstrijd.

“Dat doe ik zeker. Voor de buitenwereld ziet het er in de wedstrijd soms geforceerd uit, maar dat zijn schoten die ik oefen. Professionele individuele begeleiding, zoals in de NBA, zou mooi zijn want hier moet ik het zelf uitzoeken.”

Tim Legler, NBA-analyst ESPN: Om in aanmerking te komen voor de titel van beste schutter, moet een speler zijn schot kunnen maken terwijl hij richting de basket beweegt, moet hij kunnen schieten uit de dribbel en moet hij een aantal onverwachte acties in huis hebben zoals een spin-move of een step-back.

“Daar heeft hij helemaal gelijk in. Deze zomer neem ik de tijd om mezelf te ontwikkelen.”

Gadi Kedar, bondscoach: Hij kan echt het hoogste niveau aan. Wel moet hij zijn aanvallende repertoire verbeteren. Dan kan niemand hem verdedigen.

“Ik kan er ongelofelijke ballen ingooien en dat is eigenlijk het enige dat ik kan. Om te driven, stoppen en schieten kreeg ik van Wiel de ruimte, van Beck minder. Dat ga ik met hem bespreken.”

Don Beck, hoofdcoach EiffelTowers: Over drie jaar is hij echt een belangrijke speler. Het is mijn taak om er uit te halen wat er in zit.

“Het is fijn om te horen en ik denk ook dat het kan. Wel moet ik van mijn rugklachten afkomen. Daar heb ik dit seizoen heel veel last van gehad. De oorzaak wordt nog onderzocht. Wat zeker meespeelt zijn de lange seizoenen die ik heb gehad met Oranje en EiffelTowers. De afgelopen vijf jaar heb ik zomers amper rust gehad, dat ga ik nu anders doen. Ik ben er van overtuigd dat als de rugklachten verdwijnen ik nog beter ga spelen. Dan word ik explosiever, dan kan ik meer naar de ring en meer vanuit de dribbel creëren.”

Kees Akerboom senior, vader en ex-prof: Hij is een goede schutter, maar in een team vol individualisten krijgt hij geen schot. Zonder bal kun je niet schieten.

“Mooie uitspraak.”

Een schutter mag niet bescheiden zijn:

“Een duidelijke uitspraak die waar is. Dat komt omdat ik teveel op dat schot leun. Ik ben te afhankelijk en dan is het moeilijk om te zeggen geef mij die bal. Het is een complexe wisselwerking. Eigenlijk denk ik daar heel veel over na, misschien wel teveel.”