Wie is Erik Braal? Zaterdag kan hij met Heroes de BNXT-Supercup winnen

Erik Braal werd afgelopen seizoen voor de vierde keer in zijn carrière kampioen van Nederland. Na drie keer Donar lukte hem dat dit keer met Heroes Den Bosch. Net na afgelopen seizoen sprak ik voor voor de tweede uitgave van Rebound Magazine uitgebreid met hem. Nu voor Heroes het seizoen begint met de BNXT-Supercup in en tegen Oostende ook op mijn blog een inkijkje in het leven van de 51-jarige coach aan de hand van zeven sportquotes.

“To be as good as it can be, a team has to buy into what you as the coach are doing. They have to feel you’re a part of them and they’re a part of you.”

– Bobby Knight

“Ik denk dat je als coach altijd wel een paar wedstrijden in het seizoen hebt waarin je voelt dat je als coach voor het team het verschil hebt kunnen maken of iets hebt kunnen omdraaien. Het zijn vaak hele kleine dingetjes, die voor een momentumshift kunnen zorgen.

Dan heb je daar als coach een goed gevoel over, maar je voelt dan ook dat het team dat ook heeft. Dat ze denken: goed dat hij op de bank zit en dat hij ons helpt.

Net voor de rust in de halve finale van de play-offs om het landskampioenschap tegen Donar was zo’n moment ja, toen ik heel boos werd op de scheidsrechter.

Voor de buitenwacht is zo’n woede-uitbarsting altijd erg opvallend, vooral omdat ik meestal vrij rustig ben. Dan lijkt dat gelijk iets groots, maar die spelers weten: we trainen de hele week met mekaar en we praten veel over situaties. Dus als er iets gebeurt wat er tegenin gaat, dan weten die spelers eigenlijk al wat er gaat gebeuren.

En dat vind ik altijd wel mooi. Ik vraag me wel eens af: stel je voor dat ik niet kwaad wordt. Wat zou dan de reactie van die spelers zijn? Ik denk dat ze dan teleurgesteld zijn.

Nu gebeurde dit in een wedstrijd, maar het gebeurt ook op trainingen. Dan leg ik het stil en zeg ik: zo gaan we dit niet doen!

Dus ja ik geloof er zeker in dat er onderling vertrouwen moet zijn of dat je daar naar moet streven. Want dat maakt het team sterker.”

“A common mistake among those who work in sport is spending a disproportional amount of time on “x’s and o’s” as compared to time spent learning about people.”

– Mike Krzyzewski

“Vanaf dag één ben ik enorm bezig geweest met het feit dat we als team ook in moeilijke momenten terecht gaan komen. Hoe reageren we onder druk? Hoe reageren we als er spanning op de groep komt? Hoe reageren we als er een conflict ontstaat?

Eigenlijk heb ik bijna aangemoedigd dat die conflicten er komen. We moesten daar doorheen gaan en met mekaar de oplossingen zoeken. Want Ik denk namelijk dat een conflict een heel positief iets is in een groep.

Als ik een conflict maak of als spelers onderling een conflict hebben of ruzie krijgen dan geeft dat aan dat er een belang is, dat een speler ergens om geeft.

Het aller slechtste wat je kunt doen is dat negeren. Want dat zorgt ervoor dat de belangen nooit aan de oppervlakte komen. Juist door dat met elkaar te bespreken en daar iets mee te doen, denk ik dat je als team naar elkaar toe groeit en dat je ook door moeilijke momenten heen kan spelen. Ons einde van het seizoen is daar natuurlijk een treffend voorbeeld.

Helemaal terug naar hoe dan? Allereerst moet de omgeving veilig zijn. Een speler moet het gevoel hebben dat hij zijn belang kan verdedigen. Dat hij iets tegen de coach en medespelers kan zeggen zonder dat hem dat nagedragen wordt. Die veilige omgeving, die creëer je alleen doordat er onderling heel veel sociaal contact is.

Ik heb dit wel heel erg moeten leren als coach. Eigenlijk begreep ik dat pas toen ik bij Meindert van Veen aan de slag ging bij het Nederlands damesteam. Daarvoor was ik heel gericht op: jij doet dit en jij doet dat.

Nu zijn het gesprekken, verdiep ik me in de achtergrond van spelers en probeer ik het plaatje te schetsen. Als coach investeer ik daarin, maar ik zorg ook dat spelers onderling daarin investeren.

Dan beginnen we de training en vraag ik gewoon aan Shane Hammink: Shane met wie heb jij vandaag gesproken? Dat is niet per se om te controleren dat spelers met elkaar praten, meer om bewustzijn te creëren, dat het belangrijk is dat je met mekaar gewoon praat.

Daarvoor creëren we bij Den Bosch allemaal momenten. We lunchen met mekaar, we eten na de wedstrijd, we zitten bij elkaar In de bus en de buitenlandse trips natuurlijk. Momenten dat spelers gewoon in een heel natuurlijke positie zitten om met elkaar te praten.

Soms begin ik niet met een analyse van de wedstrijd, maar gewoon over de situatie in Oekraïne en wat die jongens daar van vinden. Natuurlijk is de een er vatbaarder voor dan de ander.

We doen heel goed onderzoek naar wie we binnenhalen. Bij het rekruteren gaat het niet meer alleen om de vraag of hij de bal erin kan schieten, dat geloven we wel.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen onze spelers een heleboel minpunten hebben. Het is heel makkelijk om te zeggen waarom die niet bij het team zou moeten zijn. We stellen ons de vraag: is hij de mens die in deze groep past en waardoor deze groep een team wordt?

“If you’re going to have a team of role players, then you better have a team of players who truly understand their roles.”

– Steve Kerr

“Waarom zegt hij dit met Thompson en Curry in zijn selectie?

Ik denk dat het heel belangrijk is dat spelers, zoals ze dat noemen, uitblinken in hun rol. Ik heb een beetje moeite met het feit dat je stelt dat Heroes geen sterspelers had. Alsof spelen in je rol een soort van inferieur is. Zo kijk ik helemaal niet naar een team.

Ik ben super enthousiast over het feit dat binnen ons team steeds andere spelers een hoofdrol hadden. Omdat dat zo moeilijk te bespelen is voor een tegenstander. Ik vind het juist een hele grote plus dat dat wij niet per se één iemand hadden waarvan we afhankelijk waren. Dat is ook uiteindelijk ook gebleken.”

“Your problems never cease. They just change.”

– Phil Jackson

“We begonnen eigenlijk met een niet fitte selectie. Morgan Stilma sloot pas in november echt aan. Verder hadden we de gebruikelijke blessures en veel ziektegevallen door corona.

Met een scheiding, een miskraam en een overleden vader kregen we inderdaad op het menselijke vlak ook voldoende te verduren.

Mo heeft het heel lastig gehad met het overlijden van zijn vader. Hij was een tijd niet bij het team. Dat was een lastige situatie.

Die andere jongens, met een miskraam en een scheiding, dat zijn natuurlijk situaties die een speler zelf moet oplossen. In beide gevallen hoorde ik pas later wat aan de hand was.

Ik probeer voor mijn team een veilige omgeving te creëren, maar voor spelers is het best wel lastig om te zeggen: joh coach, ik ga nu door deze situatie heen en als ik slecht speel of Ik ben er met mijn gedachten niet bij, dan weet je hoe dat komt.

Zo zit een speler niet in elkaar. Hij denkt: ik ga spelen want dat is goed voor me. Dan ben ik er even weg van.

Dat soort dingen heb je natuurlijk elk jaar. Want uiteindelijk is het gewoon een groep mensen die allemaal hun kleine en grote problemen hebben. Op dat soort momenten ben ik geen coach meer.

Alleen was de timing heel beroerd want zowel de scheiding als de miskraam waren allebei net voor de bekerfinale. We hebben daardoor echt een mindere bekerfinale gespeeld.

Maar goed zo gaat dat een heel jaar door. Want als de één dit heeft, heeft volgende wel iets anders. We hebben nou eenmaal te maken met jongens die buiten het veld  ook een leven hebben.”

“Als ik coach was, zou ik naar Ton Boot gaan kijken. Simpelweg om uit te vinden hoe hij het elke keer weer flikt om kampioen te worden. Maar dat doet dus geen enkele coach. Prima toch? Dan blijf ik toch gewoon kampioen worden.”

– Ton Boot

“Nou ik vind het echt Ton Boot om dit te zeggen. Ik kan heel goed met hem opschieten. We zoeken elkaar altijd op en hebben zeer geanimeerde gesprekken.

Jarenlang ben ik elke zomer naar hem toegegaan om een dagje te praten. Ik nam mijn aantekeningen mee en legde die aan hem voor. Dat waren altijd leuke gesprekken en ook dit jaar is hij een paar keer in Den Bosch geweest.

In mijn begintijd toen ik coach was bij Rotterdam heb ik wel risico genomen. Ging ik zomaar naar Amsterdam naar Arik Shivek en vroeg aan hem kan ik een keer naar de training komen kijken?

Dat was eigenlijk heel naïef, want hij was toen een hele belangrijke coach die kampioenschappen won. Ik dacht: ik wil gewoon zo’n training zien. Wat doet hij en waarom wint hij?

Toen was hij heel hard. Jij bent coach van Rotterdam, een concurrent, waarom zou ik jou toelaten op mijn training?

Ik mocht ook niet naar de training komen, maar we zijn wel gaan lunchen en praten over basketbal. Dat zijn we blijven doen, ook toen hij later naar Antwerpen ging. Verder ben ik ook naar Paul Vervaeck geweest toen hij in Den Helder zat.

Ik merk nu ook wel dat er belangstelling voor mij is want ik ben een winnende coach. Maar het aantal coaches dat op bezoek komt, is op één hand te tellen. In mijn Donar-tijd kwamen er ieder jaar een paar man terug. Het is toch wel vreemd want als je je wil verbeteren als coach, lijkt het me logisch om je vinger op te steken bij iemand die wat gepresteerd heeft.”

“Good teams become great ones when the members trust each other enough to surrender the ‘me’ for the ‘we’.”

– Phil Jackson, Basketball

“Heel, heel herkenbaar. Jackson heeft dat ook schitterend beschreven in zijn boeken. Hij noemt dat ‘tribe leadership’. Dan kijkt hij naar de fases waar het waar team doorheen gaat voordat het een echt team wordt. 

Als ‘me’ ‘we’ wordt is het level 4 van ‘tribe leadership’. Dan kijk je als groep naar de andere groep en dan zeg je: wij zijn beter dan jullie.

Ik zag dat bij ons terug thuis tegen Feyenoord (19 februari 113-70). Dat was de allerbeste die wij dit seizoen gespeeld hebben. Toen was werkelijk alles in de aanval en in de verdediging super.

Dat gevoel is snel helemaal weggegaan. De internationals waaiden uit, niet alleen naar Oranje ook naar Engeland en Finland. Maxhuni kreeg corona, zat alleen op een hotelkamer in Helsinki en kwam ziek terug. Lautier-Ogunleye zou tegen Wit-Rusland spelen, maar deed niks. Onze vier Oranjeklanten kregen het verhaal Rusland voor hun kiezen.

Zelf konden we amper trainen en toen de internationals terug kwamen was er iets. Ik weet niet precies wat. Shane werd nog ziek. Het ritme was weg. We gingen struggelen. We hadden wel wat goede wedstrijden, maar mentaal was het niet altijd goed.

En toen kregen we daar bovenop die blessures en die van Mike Carslon heeft echt impact gehad. Je moet je voorstellen dat hij wordt geopereerd en daarna in het ziekenhuis ligt. Elke dag gaan er jongens heen. Dat is hartstikke goed, want dat zorgt ook voor bonding. Maar dan weet je dat de gesprekken niet meer gaan over basketbal.

Vervolgens raakt Morgan Stilma geblesseerd. En toen werd het eventjes teveel. Dan sta je daar als coach met een mond vol tanden, laat dat duidelijk zijn.

Dus vanaf het begin was ik bezig geweest om te leren omgaan met moeilijke momenten. Toen voor de serie tegen Donar hebben we gewoon een plannetje bedacht. Ik heb het in de groep gegooid. Ok wat missen we? En wat zijn de voordelen en wat zijn de nadelen van deze situatie?

Nou daar hebben we veel over gesproken. Het was wel een beetje God zegene de greep. Je hoopt dat het goed gaat.

We pakten Donar aan met de zone-verdedigingen en met de full court press. Daar konden we het tempo mee bepalen en godzijdank reageerde Donar er heel slecht op. Ja, zo groei je natuurlijk wel in een serie.

Toen rolde het uit en dan komt er uiteindelijk een wedstrijd 5 tegen Leiden. Alles kwam samen op het op het moment suprême.

Dat vierde kwart toen waren we echt goed, we herkenden de momenten en waren superscherp. Dan zie je aan alles wat we doen dat we gaan winnen. Dat was heel bijzonder, heel mooi.

Het moment was dat dat Boy de bal opdribbelde aan de linkerkant, bij de bank van Leiden. Op dat moment kruisen Van Bree en Tubutis elkaar en die struikelen over elkaars voet en vallen..

Boy herkent dat en gaat Bouwknecht voorbij. Mounce ziet dat ook en sealt de verdediging. Boy finisht dat met een lay-up. Maar ze ruiken het moment en dan weten de spelers, maar ook ik, dat er niet zo heel veel meer kan misgaan.”

“Never change a winning team”

– Bill Tilden

“Dat is makkelijk gezegd, maar het zal niet realiteit zijn. Plus, ik geloof er ook niet in. Ik denk dat je altijd moet veranderen. Want als je een team niet op een aantal plaatsen verandert dan creëer je een situatie dat elke speler terugkomt met hogere verwachtingen.

Een speler begint een nieuw seizoen altijd met het idee dat hij het beter gaat doen dan het jaar ervoor. Dus als iemand 10 punten maakte gemiddeld, dan wil hij nu 12 punten hebben en in plaats van 4 rebounds wil hij er 6. Maar er is nog steeds maar één bal en evenveel minuten.

Ik denk dat je dingen In het team juist moet veranderen en dat je goed moet bekijken op welke onderdelen dat moet. Maar ook de spelers zelf, die willen natuurlijk gewoon een stap hogerop en profiteren van het feit dat ze een goed seizoen hebben gedraaid.

Wij zijn natuurlijk ook maar gewoon Den Bosch en niet In de staat om al die wensen te matchen. Dus je moet kiezen met wie je dat wel doet en wie je moet laten gaan.”

De BNXT-Supercupwedstrijd tussen Filou Oostende en Heroes Den Bosch begnt zaterdagavond om 20.30u. Flitsen zijn te horen in NOS Langs de Lijn op radio 1.