Donar, waar ging het mis en hoe gaat het verder?

Het voelde zo goed in het voorjaar van 2018. Alles lukte, alles viel de kant van Donar op. De lat verschoof omhoog, de ambities werden almaar groter.

De halve finale van de FIBA Europe Cup tegen Venetië was machtig mooi. De uitwedstrijd met een groot blauw legioen was een voorbode. De return in de welhaast ‘heilige’ Martiniplaza resulteerde bijna in een stunt.

In Nederland stond er geen maat op Donar en de uitpuilende Martiniplaza. De derde landstitel op rij werd met speels gemak veroverd. De Champions League lonkte. “Wie niet springt, is voor Den Bosch”, klonk het uit de kelen in de businessclub. En waarom ook niet? Donar stond bovenaan de piramide en deelde -verbaal- de lakens uit in Nederland.

En zo zou het moeten blijven.

Maar sportief kwam de klad erin. De groepsfase van de Champions League werd niet bereikt. De volgende titel was voor Landstede. Daarna nam succescoach Erik Braal afscheid.

Langzaam maar zeker glipte het succes in Groningen weg. Wat een dilemma! Er was extra geld nodig. Om te kunnen vasthouden aan het recente succesvolle verleden lijkt de ex-penningmeester zijn eigen methodes bedacht te hebben.

Coaches werden gehaald en vervangen, hetzelfde gebeurde met spelers. Iedereen zag dat en iedereen vroeg zich af of dit financieel haalbaar was.

Maar in en rond Donar ging tot ongeloof van velen geen alarmbel af. Niet bij het bestuur, niet bij de Raad van Toezicht, bij niemand. En nu is het voorbij.

Voor nu dan.

Vol bravoure werd er op de persconferentie maandag gesproken over een doorstart. Kort vielen ook de woorden licentiecommissie en BNXT-clubs.

Dilemma.

Want kan de BNXT-league ‘zomaar’ weer een licentie geven aan de club die net failliet is gegaan?

Technisch gezien wel natuurlijk.

Maar het schept een precedent. En dan komt de geloofwaardigheid van de pas twee jaar oude BNXT-league in het geding.

Want elke BNXT-organisatie die in de toekomst geld uitgeeft dat er niet is, zou dan de zaak op de fles kunnen laten gaan om vervolgens een doorstart te maken.

Los hiervan zal de licentiecommissie van de BNXT-league zich ook flink bekocht voelen door wat er gebeurd is. Dus of zij coulant zullen zijn, is maar de vraag? Al hadden zij ook wel scherper mogen zijn. Net als het bestuur in Groningen zal ook de licentiecommissie stellen dat zij voor de gek zijn gehouden. Maar goed, in beide gevallen kun je stellen: doe gewoon je werk.

Qua statuur en met die hal en de grote achterban hoort Donar een licentie te krijgen. Een competitie zonder de trots van het Noorden is eigenlijk ondenkbaar. Bovendien is de club door dat ‘umfeld’ levensvatbaar, om het zo maar uit te drukken. De begroting voor komend seizoen was tenslotte al rond op 1,7 miljoen euro. Al is dat ergens wel vreemd met een tekort van twee miljoen euro, los nog even van de extra claim van de belastingdienst.

Maar naast de financiële erfenis kampt Donar ook nog met een ander spook uit het verleden. Vanaf de top van de piramide zijn geen vrienden gemaakt met de kleinere broeders in Nederland. Zij werden -financieel- kort gehouden en op niet mis te verstane manier toegesproken als bijvoorbeeld het scorebord kapot was. En dat zijn de clubs die dadelijk over een nieuwe licentieaanvraag moeten gaan beslissen niet vergeten.

Los hiervan speelt nog dat de Belgische clubs liever een BNXT-league zien met minder teams. Niet dat Donar weg moest, maar eentje minder is in de ogen van veel Belgen toch een stap de goede kant op. Al staan naar verluidt veel Belgische teams er financieel ook niet echt florissant voor. Dus hoe stijf houden zij hun poot als het er op aan komt?

Op de persconferentie werd Donar vergeleken met Ajax of Feyenoord en dat clubs van die grootheid niet zouden kunnen wegvallen. Een vergelijking met Juventus lijkt beter.

De Italianen werden een paar jaar geleden teruggezet naar het tweede niveau in Italië. Een boetedoening. Nou is er geen tweede profniveau in de BNXT-league, maar de kans op een boetedoening (van een jaar) is erg groot geworden.

Tegelijk is er niets zo opportunistisch als de sport en zeker het basketbal in Nederland. Een competitie zonder Donar scheelt elke club recettes en, even los van de financiële ellende, een boegbeeld van de basketbalsport.