Les uit het verleden: faillissement Dutch Windmills toont risico’s voor bestuurders bij Donar

Foto: Brandon Nickerson Pexels

De situatie waar Donar in verzeild is geraakt is niet uniek. En kan in dit geval (grote) financiële gevolgen hebben voor de inmiddels ex-bestuursleden.

De penningmeester werd in Groningen al snel voor de bus gegooid. Hij heeft er een zooitje van gemaakt werd gezegd en dat is ook duidelijk, maar in een bestuur is iedereen verantwoordelijk. Dat stelt ook de wet, al is ieder geval natuurlijk verschillend. Het kan verklaren waarom er zo hard werd gewerkt om een faillissement van Donar te voorkomen.

Om de mogelijke gevolgen te duiden ga ik terug naar het einde van de Dutch Windmills. De ploeg uit Dordrecht werd in 2019 uit de competitie gehaald. Later werd de organisatie Dutch Windmills B.V. failliet verklaard. In de nasleep werden de drie bestuurders aansprakelijk gesteld voor het tekort.

Dat is te lezen in de stukken van het faillissement die ik heb gekregen. Eén van de bestuursleden kon zijn naam zuiveren (officieel: disculperen). De andere twee bestuurders hebben hun aansprakelijkheid afgekocht. De bedragen zijn niet openbaar bekend.

De kern van het verhaal was dat zij te lichtvaardig hebben geloofd in een (voorwaardelijke) toezegging van een hen onbekende sponsor om miljoenen te steken in de basketbal vereniging.

Op basis van die ‘toezegging’ is men in Dordrecht alvast allerlei financiële verplichtingen aangegaan die men uiteindelijk niet meer heeft kunnen voldoen. Spelers konden niet worden betaald en men voldeed niet aan de regels zoals gesteld door de DBL die toen de competitie organiseerde.

De financiële verschillen tussen Dutch Windmills toen en Donar nu zijn groot. In 2018 had Windmills een omzet van ruim een ton en in het eerste halfjaar een verlies van meer dan 330.000 euro. Donar zit nu met een tekort van ruim 2 miljoen, even los van de recente claim van de Belastingdienst.

De schuld in Dordrecht liep na claims (onder andere van de coach) op tot bijna 800.000 euro. De opbrengst van de boedel was net geen 20.000 euro.

Over de oorzaak van het faillissement werd toen geschreven: “Er lag een toezegging per mail van 17 april 2018 voor in eerste instantie een investering van 1 miljoen Euro, later per mail van 9 april 2019 verhoogd naar 3 miljoen Euro, zij het onder voorwaarde dat sponsor wel eerst over dat geld op zijn rekening zou kunnen beschikken.” Het is dus nooit zover gekomen

Interessant in relatie tot Donar is de opmerking over de boekhouding en dit facet wordt in de wet heel zwaar aangerekend bij een faillissement: “Naar opgave van accountant is sprake van onvolledige en per datum faillissement niet bijgewerkte boekhouding.”

Over onbehoorlijk bestuur: “Er zijn te lichtvaardig en te snel (financiële) verplichtingen aangegaan op basis van een voorwaardelijke toezegging van één investeerder. Er was geen zekerheid dat betaald zou kunnen worden.

Inventarisatie van tot het niet doen van betalingsverplichtingen geeft reden tot aansprakelijkstelling van het bestuur voor het boedeltekort.”

De situatie van Dutch Windmills is niet één op één vergelijkbaar met die van Donar, maar parallellen zijn er wel.

Ongeacht wat er op korte termijn gaat gebeuren in Groningen met betrekking tot komend seizoen kan het aansprakelijkheidstraject flinke gevolgen hebben voor het gehele oude bestuur.

Maar dat is dus aan de curatoren die zijn aangesteld.

Het kan ook een wijze les worden voor allerlei andere sportbestuurders.

Dat de situatie van Donar niet uniek is werd eerder deze week door journalist Dick Heuvelman op radio 1 haarfijn uitgelegd. Hij legde uit wat er in de geschiedenis van de club, die dit jaar 50 jaar bestaat, allemaal is voorgevallen op financieel gebied.

“Dit decennium zijn ze vier keer al in een financiële crisis verzeild geraakt. In 2002 waren ze ook al een keer failliet verklaard, de volgende dag zijn ze opnieuw begonnen met een herstart in een nieuwe stichting. Het is dus geregelde kost.”

En zoals ik al eerder schreef is Donar niet de enige ploeg in Nederland die failliet is gegaan om vervolgens weer door te gaan. Recentelijk was dat ook het geval met Aris, al was de situatie iets anders en de schuld veel kleiner. Volgens de curator ging het om 30.000 euro aan zaalhuur.

Veel basketbalclubs die niet meer op het hoogste niveau spelen zijn in Nederland failliet gegaan en in sommige gevallen is er ook een herstart geweest om weer ten onder te gaan. Ook oud-kampioenen in onder andere Amsterdam, Den Bosch, Den Helder en Weert zaten ooit in de deze situatie.

L’histoire se repete.