Deze haai heeft de halve wereld al gezien, plus een eerbetoonhaai

Mijn vijf meest opvallende momenten van afgelopen week, met een postume haai.

5. Zappen
Zondagmiddag zette ik de tv aan en begon op 1 bij Studio Sport. Veldlopen. Sorry maar geen kijksport. Dus verder. Op de Belg begon net Oostende tegen Limburg United. Een kwartfinale bekerwedstrijd. Ahum. Op zulke momenten denk ik toch: jammer.

Enfin. Het was een sensationele wedstrijd waarin de Limburgers na een ruime achterstand dik verdiend wonnen.

Nou was ik zaterdag voor het eerst sinds lange tijd in de Maaspoort bij Heroes tegen Landstede. Dat was ook een spannende partij en zeker intens, maar wel van een ander niveau dan zondag in België.

Lang ging het gelijk op tot de laatste vijf minuten van de wedstrijd die eindigde met een 8-1 run van Heroes, 67-59. Braal koos overduidelijk voor de vijf spelers waarin hij het meest vertrouwen heeft, met natuurlijk Van Vliet. Het is ook een teken voor de bank van Den Bosch waar veel spelers pas net weer fit zijn, maar op dit moment weinig toevoegen zoals Akot en Dorsey-Walker.

Hoewel Landstede onder leiding van coach Jaumin, die voor het eerst na zijn niet vrijwillige vertrek in Den Bosch terugkeerde, lange tijd niet minder was, kreeg Zwolle toch last van knikkende knieën in de slotfase. Dat zie je vaker bij teams die tegen de favorieten aanschurken en de laatste stap nog moeten maken, maar daar is nog bijna een half jaar voor. Al zullen ze in Den Bosch ook niet stilstaan.

Drie zaken vielen me heel erg op als ik de Belgische topper vergelijk net de Nederlandse.

  • De rust in de Belgische aanval, de ook vaak de vrijwel volledig tijd duurde
  • Er werden veel minder -gehaaste- driepunters geschoten
  • De Belgische centers zijn groot, heel erg atletisch, en zowel in de aanval als verdediging nuttig

4. Tweede
3×3 Amsterdam sloot het seizoen af met de tweede plek in de World Tour finals. In de finale was het Servische Ub te sterk, 15-21, Het leverde weer 40.000 dollar op.

Worthy de Jong kende een uitstekend seizoen in het 3×3, zijn eerste volledige seizoen. Gemiddeld had hij 9,3 punten en sprongen zijn optredens bij veel mensen in het oog. Zijn doel (en dat van Oranje) zijn de Olympische Spelen. De voortekenen zijn gunstig, maar het moet nog wel gaan gebeuren op een van de kwalificatietoernooien volgend jaar.

Leuke haarkleur trouwens.

3. Afscheid Sportlaan

Gewoon een foto die mij aanspreekt. Historie, prijzen en bovenal vriendschap. En ja, ik ben fan van Meindert.

2, Wat in het vat zit
Begin dit seizoen schreef ik dat het zonde was dat Ralf de Pagter ‘ineens’ verdween van de Nederlandse velden. Hij is niet de grootste, niet de snelste, niet de beste, maar wel slim en zeker een van de hardst werkende spelers en op zijn 34e zeker nog, met respect, bruikbaar.

Afgelopen week werd De Pagter voor de tweede keer dit seizoen gebeld door een club.

De eerste keer was in september. Een telefoongesprek uit Macedonië waarin hem droogjes werd verteld dat zijn carrière bij Landstede voorbij was. Niet sjiek voor een man die betrokken was bij alle prijzen die Landstede in haar bestaan heeft gewonnen.

De tweede keer was het Erik Braal met de vraag of De Pagter trek had tijdelijk de geblesseerde Thomas van der Mars te vervangen. Hoewel hij maanden geen veld had gezien en alleen in het krachthonk zat, begon het toch te kriebelen.

In de bekerwedstrijd tegen Suns was het even wennen. In zijn eerste competitiewedstrijd tegen notabene zijn vorige werkgever Landstede was De Pagter zeker geen verzwakking vanaf de bank (plus/minus van +8 bij eindstand 67-59). Natuurlijk kan het beter, wat in het vat zit….

In principe voor twee en een halve maand, totdat Van der Mars weer fit is. Maar ik denk dat hij gewoon het seizoen in Den Bosch gaat afmaken, ook omdat hij een echte teamspeler is en niet lastig gaat doen bij weinig speeltijd. Ondertussen kan De Pagter klussen aan zijn nieuwe huis dat opgeleverd gaat worden en wellicht nog een keer kampioen worden.

Dat Heroes bij De Pagter uitkwam is niet onlogisch omdat hij ‘vrij’ was en omdat ze aan hun limiet zitten qua buitenlanders. En in de strijd om de titel is een stuk ervaring erbij altijd handig. Hoewel je even makkelijk kunt zeggen dat Heroes weleens een talent mag laten doorbreken.

1. Geloof
Eindelijk een echte stunt! Met pas één overwinning op zak in negen pogingen versloeg de ploeg uit Bemmel koploper en titelverdediger Zorg en Zekerheid Leiden, 83-79.

Yoast begon het laatste kwart met 16 punten voorsprong, 68-52. Natuurlijk drongen Leiden aan. Het begon met een hele forse run, 0-14.

Mooi is dat het toen een Nederlander was die het momentum brak. Florian Rijkers met een aanvallende rebound en soort van lay-up vergrootte de marge, die uiteindelijk bleef staan.

Wat me opviel is dat coach Jeroen van Vugt heel rustig bleef in de time-outs, terwijl zijn spelers, zeker in de slotfase, verkeerde keuzes maakten en dure vrije worpen misten. In alle rust legde hij uit wat er moest gebeuren en dat is toch de beste manier.

Qua statistieken waren er amper verschillen tussen Yoast en ZZ Leiden, op één facet na: schotpercentage.

  • Yoast: 50% (35/69)
  • ZZL: 44% (30/68)

Het verschil komt alleen door de tweepunters (Leiden schoot één driepunter meer raak) en vooral door de points in de paint: 50 tegen 36.

Veel was te danken aan Samuta Avea:

  • speelde op 29 seconden na de hele wedstrijd
  • scoorde 30 punten (dubbele van zijn  -prille- seizoensgemiddelde)
  • 11/14 tweepunters (68%)
  • pakte 8 rebounds (4 aanvallende)
  • gaf een assist
  • pakte twee steals
  • had ook nog twee keer balverlies
  • dat leidde tot een hoge efficiency van: 33

Samuta Avea was half oktober de vervanger in Bemmel van Jonathan Andre die wegens persoonlijke omstandigheden terug naar huis ging. Met zo’n optreden als tegen Leiden is deze mormoon met Samoaanse bloed van Yoast mijn haai van de week.

Avea (1.98m) startte vorig seizoen alle wedstrijden voor de universiteit van Hawaii en was gemiddeld goed voor: 10,2 punten en 4,6 rebounds. Hij was de reserve-aanvoerder van het team. Avea werd op 1 januari 1998 geboren in Murray in de staat Utah. De guard met Samoaanse voorouders groeide op in de wijk North Shore op het eiland Hawaii. Zijn bijnaam is ‘Muta’. Hij studeerde sociologie.

Niet qua lengte, maar wel qua geloof en roots doet Avea denken aan Tai Wesley die twee seizoenen in Den Bosch speelde en in 2020 stopte als prof.

Terug naar Avea, in de Honolulo Star stond vorig jaar een artikel met hem:

Growing up on Oahu’s North Shore, University of Hawaii basketball player Samuta Avea fostered an ambitious hoops dream.

“I tried to get on every basketball court in that area,” Avea said.

That meant navigating his jump shot through the tradewinds at Laie Park, his first dunk at Kahuku District Park, and getting a morning workout at Brigham Young-Hawaii’s Cannon Activities Center.

Avea’s family has ties to BYUH. The Mormon Church owns both BYUH and the Polynesian Cultural Center. Many BYUH students are employed at PCC. For nearly two decades through 2002, Avea’s father, Chief Sielu Avea, was the featured fireknife performer and host of the Samoan Village at the PCC. The elder Avea was the first world fireknife champion. He now runs Chief’s Luau, a popular Polynesian show on Oahu. Samuta Avea often worked as a drummer during his father’s shows.

Of the homecoming, Avea said, “it’s huge. It’s hard to explain. I’m excited to see how the turnout is. I’ve talked to a lot of people, and a lot of people are excited to come watch. I’m thankful for the opportunity to be out there and play basketball in front of my people.”

POSTUME HAAI

Foto uit het boek Game Changers; 1973 de kampioenswedstrijd van Levi’s Flamingo’s

Frank Kales overleed afgelopen week op 81-jarige leeftijd. Vrijwel alle media hadden het vooral over zijn tijd als algemeen directeur bij Ajax. Maar Kales komt uit het basketbal, een sport die belangrijk voor hem was en waar hij belangrijk voor is geweest. Wat het zeer vreemd maakt dat er tot maandagavond bij de bond op basketball.nl niks over hem te lezen is.

  • Frank Kales speelde tussen 1959 en 1975 voor Haarlem in de basketbal Eredivisie.
  • Zijn hoogste score was 36 punten voor Flamingo’s tegen Suvrikri uit Den Haag in 1966.
  • Hij debuteerde in 1964 in Oranje en speelde 80 interlands.
  • Kales werkte voor IBM en was betrokken bij meerdere herstarts van Oranje, zo ook die in 2014 wat uiteindelijk leidde tot deelname aan het EK.
  • In de lijst van Game Changers in het Nederlandse basketbal staat Kales op plek 22.

Collega en basketballliefhebber Fred Roggen plaatste een paar jaar geleden een verhaal met Kales uit 1969:

Frank Kales een laatbloeier in het basketball

Tegen het eind van een wedstrijd loopt Frank Kales erbij als een wrak. Hij transpireert hevig, beweegt zich op een wijze die er voornamelijk op gericht lijkt op de been te blijven, wie hem recht in het gezicht kijkt stuit op een wazige oogopslag die suggereert dat deze speler tot geen enkele doeltreffende actie meer in staat zal zijn. Daar zijn er al heel wat ingestonken. Want de verdediger die meent dan even toe te kunnen geven aan zijn eigen vermoeidheid, ziet in de volgende seconde; dat “wrak” alle energie samenballen en tot maximaal effectieve actie overgaan. “Ik heb een grote inzet”, omschrijft Frank Kales deze mentaliteit, als hem gevraagd wordt wat zijn beste punten zijn.” Verder is mijn rebound sterk. Ik onderschep in iedere wedstrijd veel passes en uit de scoutingcijfers bij de Flamingo’s blijkt dat ik de meeste assists (passes waaruit een medespeler gemakkelijk scoort) achter mijn naam heb staan.”

   Trainer/coach Egon Steuer van de nationale ploeg onderschrijft deze mening van zijn aanvoerder vrijwel volledig. De idee van Frank Kales over de assists blijkt hij echter niet te delen. “Omdat daar een te grote hoeveelheid dolle passes tegenover staan die tot balverlies lelden”, stelt hij gedecideerd. “In de nationale ploeg mag hij zich van mij beslist niet met de aanvalsopbouw bezighouden. Bij Flamingo’s bemoeit hij zich met alles. In dit geval ten onrechte. Jan Schappert en Jimmy Myers moeten dat werk doen. Frank moet vrijlopen of zorgen tijdig in de rebound te zijn.”

   Frank Kales is een laatbloeier in het basketball. Weliswaar begon hij op zijn dertiende met deze sport, maar tot zijn negentiende jaar bleef hij hangen bij de Antilopen; een vereniging waarin, naar zijn zeggen nooit serieus werd getraind. Toen ging hij pas over naar Agon. Daar werd wel wat trainingsarbeid verricht, maar niet fanatiek en zeker ook niet deskundig. In die periode hield Kales zich voorts bezig met cricket en atletiek, waarin hij zich op kogelstoten, hoog-, ver- en hinkstapspringen wierp. Eerst op zijn 22ste jaar koos hij bewust voor specialisatie en topsport. Dat werd basketball. Hij ging naar de Flamingo’s en bereikte datzelfde jaar de nationale ploeg.

   “Ik trainde vanaf dat moment onder Jan Janbroers”, herinnert Kales zich. “Hij is de beste trainer van Nederland. Hij heeft mij tijdens de nationale training het sprong-schot geleerd. Hij had een enorme persoonlijke aandacht voor alle geselecteerden. Dat kostte hem enorm veel tijd. Het is een hobby van hem. Nog steeds. Als trainer van Flamingo’s stopt hij er nu óók zeer veel tijd in. Vorige week zat Janbroers drie dagen in Oslo. Vrijdag kwam hij terug en van het vliegveld reed hij meteen door naar de training.”

   Jan Janbroers blijkt dus de inspirator van Kales te zijn. Zijn invloed blijft groot. Dat bleek tijdens het kwalificatietoernooi in Haarlem. Nederland verloor toen de eerste wedstrijd van Roemenië. In die ontmoeting verstuikte Frank Kales zijn enkel. Röntgenfoto’s toonden aan dat lichtere blessures al herhaaldelijk genegeerd moesten zijn. De voet werd in het gips gegoten. Vóór de wedstrijd tegen Joegoslavië – voor de Nederlandse ploeg enorm belangrijk – bewoog Kales hemel en aarde om voor elkaar te krijgen dat het gips zou worden verwijderd, zodat hij zou kunnen spelen. Jan Janbroers – op dat moment optredend in zijn functie van arts – moest hem ervan overtuigen dat dit extreem onverstandig zou zijn.

   Naast het bezit van deze arts trainer/coach is meent Frank Kales, de voorspoed van de Flamingo’s ook toe te schrijven aan het feit dat het een Haarlemse vereniging is. “Haarlem is een stad van het juiste formaat voor een topploeg,” luidt zijn theorie. “Iedereen hier kent Flamingo’s. De gemeenschap kan in haar totaliteit geactiveerd worden. Denk ook maar eens aan het honkbal. Beslist een voordeel op Amsterdam en Rotterdam. Er bestaat bovendien een voortreffelijk contact met de gemeente. Als we problemen hebben stappen we naar de wethouder van Sport en Jeugdzaken Voskuilen en we vinden altijd gehoor bij hem.”

   Komt het de positie van Flamingo’s ten goede als de basketballbond volledige sponsoring toestaat? „Die ontwikkeling brengt publiciteit”, vindt Kales. En dat heeft het basketball hard nodig. Maar ik geloof niet dat we ineens vijfmaal per week zullen gaan trainen, omdat een sponsor 20.000 gulden in de vereniging stopt. Onze situatie zou dan vergelijkbaar worden met die van de voetbalclub “Haarlem”. Beslist geen volledige profstatus, maar een leuke bijverdienste met als consequentie dat je een keer of drie per week traint Het is natuurlijk wel lekker als je geld kunt verdienen met je sport. Maar voor mij is het niet doorslaggevend. Anders was ik een aantal jaren terug wel naar SVE gegaan voor een paar duizend gulden. Jan Driehuis is toen bij me geweest. Maar ik zag het niet.”

   Ondanks, dat Frank Kales vijf jaar geleden voor het top-basketball koos en zijn wedstrijd-inzet opzienbarend is, blijkt hij dus bezwaren te hebben tegen een extreme trainings-intensiteit. “Het moet bij een of twee, hooguit drie, keer trainen per week blijven”, meent hij. “Ik ben nooit een pleintjes baller geweest. Jongens, als Schapert, Boot en Kees Smit, dat zijn de types die van hun twaalfde tot, zeg maar, hun zeventiende jaar dag-in-dag-uit bezig waren. Ton Boot doet het trouwens nog steeds. Ik heb dat niet. Daarom is mijn schot – het is triest maar waar – één van mijn zwakste onderdelen.”

NIVEAU

   Ondanks die tekorten toch een hoog niveau voor Frank Kales, culminerend in het aanvoerderschap van het Nederlands team. “Hij is ook buiten het veld een zogenaamde oppepper”, licht Egon Steuer die verkiezing toe. “Hij kan de rest van de ploeg heel enthousiast maken. Als hij ziet dat een ander zich onvoldoende inzet krijgt hij de pest in.”

   “Het is jammer dat we zo weinig Interlands spelen.” zegt Frank Kales. “Je speelt een toernooi van zo’n acht wedstrijden en dan is het weer afgelopen voor een anderhalf jaar. Dit seizoen is, er – naast het toernooi met een bondsploeg in Bremerhaven – tijdens de kerst alleen maar een interland gepland tegen Frankrijk. Hoe kunnen de jongens op deze manier internationale ervaring opdoen? Als we nu af en toe eens tegen een gerenommeerd team in het veld komen, spelen we bevangen. Als we twaalf punten vóórkomen ontstaat er een angstpsychose. En in aanleg heeft ons basketball mogelijkheden genoeg. Het is goed te noemen in verhouding tot bijvoorbeeld België, waar het bondsledental toch vier á vijfmaal zo hoog is als bij ons en waar de dienst wordt uitgemaakt door Amerikaanse sterren. Wij kunnen in Europa zeker achtste worden zoals de Zweden. We zijn beslist niet zwakker.

   “Frank krijgt de laatste tijd wel wat sterallures”, vindt Egon Steuer. “Hij wordt boos bij fouten van medespelers. Hij heeft de positie bereikt van een gerenommeerd international, maar mag die natuurlijk niet misbruiken. Mijn statistieken bewijzen dat Kales in het Nederlands team altijd tot goede, resultaten komt,” Maar soms laat zijn discipline te wensen over. In het voor- Olympisch toernooi in Sofia stonden we vlak voor tijd twee punten vóór tegen Zweden. De opdracht was: pressing man-to-man verdedigen, maar niet proberen de bal te onderscheppen. Frank probeerde dat toch. Hij miste. Zijn man kwam vrij en maakte gelijk. En in de verlenging verloren we. Het gebeurde twee of drie seconden voor tijd. Anders had ik hem onherroepelijk gewisseld. Het probleem is dat Frank zich sterk voelt en dan denkt: we mogen niet proberen de bal te onderscheppen, maar ik natuurlijk wel. Hij weet dat hij een goede reactie heeft, voor zijn lengte zeer beweeglijk is en dat hij een grote ruimte kan verdedigen.

   „Onder de Jongeren zie ik geen spelers die iets bijzonders hebben, meent Kales. Ik zie geen nieuwe Schappert, Van Woerkom, Franke of Kok Het probleem van ons basketball het ontbreken van centers. Van Woerkom heeft, te weinig interesse. Die wordt niet meer beter, in geen honderd jaar. Hij is goed voor vijftien punten in een Interland; Van Tuyll en Loorbach ongeveer voor tien punten. Maar bij de tegenstanders brengen de centers samen altijd zo’n veertig á vijftig punten in.”

   “Bij ons moet het van de kleinere spelers komen. Wellicht een kwestie van aanvalsdiscipline. Misschien traint de nationale ploeg te weinig. Maar wat valt er nu te trainen voor één interland in een seizoen? Stel je voor: Je komt straks tegen Frankrijk in het begin tien punten achter. Dan is die ene wedstrijd ook nog naar de knoppen. En als je dan zelf een minuut of tien meespeelt is het echt niet de moeite waard. Dan blijf je er alleen bij voor tripjes zoals toen naar Bulgarije. Dat is natuurlijk leuk. Maar dan wordt het wel een toeristenteam.”