Rinus de Jong ‘The godfather van het Nederlands basketbal’ is overleden

Gelijk gingen mijn herinneringen terug naar onze eerste professionele ontmoeting. Ergens begin jaren ’90 kwam Rinus de Jong na een belletje naar de studio van Omroep Brabant. Toen presenteerde ik daar een sportprogramma waarin ik een half uur lang met één gast sprak.

Eerst kwam de grootste Mercedes die ik ooit had gezien voorrijden, daaruit kwam even later een imposante man. Letterlijk en figuurlijk. Van het gesprek zelf kan ik me niet veel herinneren. Daarna troffen of spraken we elkaar via de telefoon met een zekere regelmaat.

Onlangs nog ging ik in de Maaspoort in de rust van een wedstrijd naast hem zitten op de voorste rij aan het veld, inderdaad op de stoel van Bob van Oosterhout. We spraken een kwartier over basketbal, over Heroes, over België en nog wat dingen. Hoewel zijn lichaam Rinus een beetje in de steek liet, was hij geestelijk nog 100% scherp.

Ik begrijp dat dit ook de laatste paar dagen het geval is geweest. Zijn lichaam werkte niet meer mee, maar de play-offwedstrijd van Heroes bij Yoast had Rinus nog wel gezien.

Afgelopen nacht sliep hij vredig in en komt hij naar eigen zeggen misschien wel zijn maat Huub van den Boogaard (de toenmalige directeur van Nashua, die met hem op de artikel foto staat die uit Game Changers komt) tegen.

Jaren geleden heeft Rinus aan Bob van Oosterhout al gevraagd om, als het zover is, een uitvaart in ‘zijn’ Maaspoort. Bob, die Rinus als zijn lichtend voorbeeld ziet en andersom zag Rinus de ideale opvolger in Bob, zal die uitvaart 100% zeker gaan organiseren. Het wordt (zaterdag ovb) vast groots en mooi, een passend eerbetoon aan een van de, zoniet de grootste man in het Nederlandse basketbal ooit. Een basketbal samenzijn waar Rinus in ieder geval trots op zou zijn geweest en eigenlijk ook wel bij zou hebben willen zijn.

In 2002 schreef ik mee aan het jubileumboek 50 jaar EBBC; Een kratje bier als je dunkt. Daarin stond ook een goed verhaal met Rinus de Jong.

Rinus de Jong The godfather van het Nederlands basketbal (uit 2002)

Rinus de Jong, niet alleen een begrip bij EBBC maar binnen het gehele Nederlandse basketbal. Een man die veel van zijn energie in het basketbal heeft gestopt, want daar lag zijn grote liefde. Een man die niet graag in het voetlicht treedt, maar die achter de schermen EBBC heeft groot gemaakt. Drieëntwintig jaar is hij bij EBBC actief geweest. Het eerste jaar als coach, daarna als voorzitter. Een paar maanden voor zijn afscheid in 1993 is hij tijdens het Pepsi All*Star Gala door de toenmalige Bossche burgemeester Don Burgers koninklijk onderscheiden voor zijn verdiensten voor het Bossche en Nederlandse basketbal.

‘lk heb tot mijn zesendertigste competitie gespeeld. Toen ben ik van Rotterdam naar België verhuisd. lk had een drukke baan en daarom wilde ik door tijdgebrek niet meer actief bij het basketbal betrokken zijn. lk volgde alleen Europacupwedstrijden op de tv. EBBC dreigde in die tijd opgeheven te worden. Spelers liepen weg, er was een schuld van drieduizend gulden. De club had geen toekomst meer. Mij werd toen gevraagd om samen met Ton Kwaks en Theo Leenders in een commissie zitting te nemen om de club te redden. Na een stevige woordenwisseling met mijn vrouw heb ik toen besloten weer in het basketbal te stappen. Het geld werd zo gevonden en de schuld afgelost. Het eerste jaar ben ik toen coach bij EBBC geweest, Ton Boot was trainer. Mijn rol als coach hebben veel mensen, denk ik, vergeten. We zijn dat eerste jaar gepromoveerd naar de eredivisie.’

Rinus, staand derde van links

De promotie had consequenties voor de club. Zoals deze nu was samengesteld, zouden ze binnen de eredivisie op de langere termijn weinig kans hebben. Pas toen kwam het idee om topbasketbal in ‘s-Hertogenbosch te krijgen. Samen met Ton Kwaks heeft hij een beleid voor de langere termijn uitgestippeld. Niet meer als coach, Jan Janbroers werd zijn opvolger, maar dit tweede jaar begon hij aan zijn langdurige en succesvolle carrière als voorzitter van EBBC.

Zelf zei haar daar in een eerder interview over. ‘Mijn capaciteiten als coach zijn zo beperkt. Het is gewoon belachelijk dat ik coach ben. Tenslotte ben ik net als Wim Hakman in zijn tijd: hard werken, hard lopen, erin gooien en geen ballen aan de tegenstander geven. lk kan er geen lijn inbrengen. Dat wil ik ook niet, want dan moet ik nadenken en dat moet ik al genoeg doen.’

De eerste Amerikanen
Als eerste werden er twee Amerikanen aangetrokken. Hierover vertelt Rinus de Jong lachend: ‘Dat waren andere tijden. De een kostte ons zevenhonderdvijftig dollar per maand en de ander vierhonderd. Voor dat geld basketbalden ze niet alleen, maar hadden ze ook nog een bijbaantje als koerier. Een paar keer per week moesten er computergegevens van België naar een bedrijf in Amsterdam gebracht worden. Toen kenden we nog geen digitale snelweg. Die gegevens werden door die jongens met de auto naar Amsterdam gebracht. Verder bestond de club uit goedwillende amateurs. Vince Fritz presteerde het om voor tweehonderd gulden per maand te gaan spelen. Dat duurde precies één maand en toen kwam hij vertellen dat hij niet genoeg te eten had. Hij kreeg opslag.

Binnen vijf jaar waren we toen met Janbroers aan de top. Zijn inbreng is voor ons erg belangrijk geweest, vooral voor de structuur van de club. Daar wisten we toen weinig vanaf. Het tweede jaar kregen we onze eerste sponsor, Sperry Remington. Natuurlijk veranderde de club wel van karakter. Eerst was het een vriendenclub, nu werd het meer bedrijfsmatig. Maar daar ontkom je niet aan als je naar de top wilt. Nederland heeft wat dat betreft altijd achtergelopen. We hebben denk ik een vijfentwintig goede Nederlandse Amerikanen hier gehad. Maar de verdiensten waren in de goede tijd al een stuk minder dan in de Zuid-Europese landen. Dat was een verhouding van één op twee. Nu is dat verschil nog veel groter, zo’n één op tien ten opzichte van landen als Italië, Spanje en Griekenland. Als je het totale budget bekijkt, praat je vandaag de dag daar over dertig tot vijftig miljoen gulden, terwijl we het hier met ongeveer anderhalf miljoen moeten doen, Dat is geen verhouding en je komt daardoor in een vicieuze cirkel. Je kunt geen kwaliteit aantrekken, daardoor minder aandacht van het publiek en de media en daardoor weer minder geld uit recettes en van sponsors…

Dertig doden sterven
Rinus de Jong staat bekend als een uiterst betrokken man bij het basketbal en speciaal bij zijn club. Niet alleen qua inspanningen voor de club, vaak werd de spanning hem te veel als hij een een wedstrijd volgde. Dan kon hij het niet langer aanzien en sprong hij in zijn auto. In een interview met Mart Smeets vertelde hij: ‘Nou, dan ging ik in mijn auto zitten en dan reed ik een beetje door de buurt. lk zette dan wel de radio aan, zodat ik eens in de zoveel minuten een tussenstand hoorde. Als we dan voorstonden, reed ik naar de hal terug en zag de laatste drie minuten in de zaal. lk maakte me geweldig zenuwachtig, echt waar. lk was niet te genieten voor mensen uit mijn omgeving. In de tijd van de Vinkenkamp had ik het sterker, de laatste jaren viel het mee. Maar ook bij de Maaspoort ging ik wel eens een tijdje in de auto zitten…gewoon om af te koelen. Of gewoon in de bowling aan de bar, dan kon ik nog een heel klein beetje het geschreeuw en gejuich horen. lk leef gewoon geweldig mee en soms is het beter dat ik er niet ben. lk heb me bij wedstrijden van het Nederlands team ook wel eens verschrikkelijk zitten opvreten, dan liep mijn bloeddruk op en dat wist ik. Dan moest ik wel de zaal uit, dus niet alleen met Den Bosch, ook bij andere ploegen die me wat deden. lk herinner me Nederland tegen Italië, in de Maaspoort. Man, ik ben dertig doden gestorven.’

Als kersvers kampioen speelde Den Bosch in de voorronde van de Europa Cup-1 een groepswedstrijd in Brussel. Volgens alle aanwezigen won Den Bosch dat duel door een score net voor het eindsignaal (68-69). Alleen bleven de Belgen aan de wedstrijdtafel volhouden dat het niet zo was. Uiteindelijk gingen de scheidsrechters daar in mee waardoor Den Bosch verloor (68-67).

“Ik voelde me zo genaaid”, weet toenmalig voorzitter Rinus de Jong nu nog. “Ik heb een vriend een enveloppe met 1000 dollar gegeven (maandsalaris in die tijd). Hij moest naar de wedstrijd tussen Wenen en Brussel. De twee Amerikaanse spelers van Wenen kregen een ‘aanmoedigingspremie’.”

Omdat Brussel verloor plaatste Den Bosch zich voor de finaleronde van het Europa Cup 1-toernooi met teams als Real Madrid. “Ik heb dit verhaal nooit aan Ton Boot, onze coach toen, durven vertellen”, lacht De Jong vele jaren later om het verhaal dat achteraf redelijk van invloed is geweest op de successen van Den Bosch.

Dit komt uit het artikel 7 ‘geheimen’ van Bossche basketbalclub die 70 kaarsjes uitblaast, van Omroep Brabant

The godfather
Rinus de Jong dankt zijn naam godfather van het Nederlands basketbal niet alleen aan zijn voorzitterschap van EBBC, maar vooral aan zijn financiële hulp aan clubs door het hele land. Zo werden onder meer Punch, Rotterdam-Zuid en BOB geholpen. Bescheiden zegt hij: ‘Ja, ik heb wel andere clubs geholpen omdat ik ze niet graag ten onder zag gaan. Zo heb ik Kirkland betaald, toen hij bij Haarlem speelde en Fritz bij RotterdamZuid. lk heb dat niet alleen uit eigen zak gedaan, hoor. lk heb ook vaak bij klanten en relaties aan de bel getrokken. Maar ook zelf veel betaald en op een gegeven moment werd het te gek, want ik had ook een gezin waar ik aan moest denken.’ Zachtjes lachend besluit hij: ‘Als mijn vrouw geweten had wat ik er allemaal ingestopt heb, dan was het huis te klein geweest.’

Een kritisch publiek
In een interview begin tachtig noemde de oud-voorzitter van EBBC het publiek al kritisch. Hij was toen van mening: Al met al kun je stellen dat basketbal, ondanks hardnekkige pogingen van een aantal enthousiastelingen, toch niet zo snel aan populariteit wint in Nederland dan ik of iedereen misschien wel gehoopt had. Hoe dat komt? Ja, dat zou ik nou ook wel eens graag willen weten. lk weet het in ieder geval niet. Ach, mensen zijn zo kritisch.’ Nu is hij nog steeds diezelfde mening toegedaan: ‘Als je in de Maaspoorthal kijkt is er nog een handjevol publiek, dat is ontzettend jammer. Het is niet alleen basketbal, de interesse in sport neemt over de hele linie af. Het publiek is, denk ik, nog steeds kritisch. Maar bij basketbal hebben we onze kansen niet genoeg benut. We hadden vroeger een paar sterke clubs, alleen kunnen die dat succes niet maken. Daar is een landelijk beleid voor nodig, de bestaande clubs moeten georganiseerd worden. Dat beleid is er nooit geweest, de bond is altijd veel te afwachtend geweest. Ze konden ook niet groot denken. Waar wij in tonnen dachten, dachten zij in guldens. Misschien begrijpelijk, want meer hadden ze ook niet te besteden. Maar veel is er niet veranderd. Hans Blankert, voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité, zei een tijdje geleden dat de bond nog even droevig is als vroeger.’

De jeugd
In het beleid van de komende jaren is het jeugdplan speerpunt. Rinus de Jong geeft de jonge EBBC’ers het volgende mee: ‘Als de jeugd wil doorbreken kost dat veel vrije tijd. Talent heeft ook veel training nodig, anders haal je die top nooit. Dat was vroeger zo en dat is nu nog zo. Als daar wel eens anders tegenaan wordt gekeken, komt dat voort uit nostalgie, want vroeger was alles niet beter. lk ben in al die jaren basketbal maar één speler tegen gekomen die zonder veel inspanning wel aan de top stond en dat was Kees Akerboom.’

Bovenstaande foto komt uit Game Changers, de geschiedenis van basketbal in Nederland.