Nederland moet het in de strijd om de organisatie van het Europees Kampioenschap 2029 opnemen tegen een aantal Europese toplanden. Een paar weken geleden werd al bekend dat er in Rotterdam Ahoy gebasketbald moet gaan worden. Rotterdam moet dan één van de vier speelsteden worden voor 15 groepsduels. De FIBA neemt in mei een besluit over de speelsteden.
De afgelopen edities van Eurobasket werden al gespeeld in vier verschillende speelsteden verspreid door Europa. Volgend jaar is het EK in Cyprus, Finland, Polen en Letland. Voor dit toernooi is Oranje nog in de race, al is het geen makkelijk traject. In februari vallen de beslissingen voor Oranje.
De ‘tegenstanders’ van Oranje voor de organisatie van het EK in 2029 zijn formidabel. Op het veld zou Oranje een probleem hebben, maar deze wedstrijd wordt op de burelen van de FIBA uitgevochten.
Nou is Nederland een ‘piepklein’ basketballand, maar dat kan ik dit geval juist een voordeel zijn. De FIBA is namelijk genegen om ‘kleine’ landen een kans te geven om zo ook daar het basketbal op een hoger plan te krijgen. Wat dit facet betreft ligt de rode loper in Nederland uit.
Zoals die ook uitlag in Cyprus waar volgend jaar in Limassol gespeeld wordt en dat land is qua sportief aanzien nog een stuk kleiner dan Nederland. In 2022 (een jaar opgeschoven in verband met corona) was Georgië het ‘ontwikkelingsland’. In 2017 was dat Roemenië en in 2015 Letland.
Wat Nederland kan helpen is de organisatie van de 3×3 World Tour in Amsterdam eerder dit jaar. Dat was een spektakel en met volle tribunes.
Op de tribunes zaten trouwens ook FIBA-beslissers. Zoals Frank Leenders de Nederlandse FIBA-directeur Media&Marketing. Zijn rol lijkt me niet onhandig met het oog op de besluitvorming over de speelsteden.
Er speelt nog meer mee. Finland organiseert het EK in 2025 al en de Europese subtopper zou dat dus gelijk nog een keer willen doen. Letland mag in 2025 organiseren en de Baltische buren uit Estland zouden dat vier jaar later willen doen.
Gezien het ‘recente’ verleden lijkt het er sterk op dat de FIBA voor de EK-organisatie een 3+1-regel hanteert voor de groepsfase. Drie ‘grote’ landen (met in een van deze steden ook de eindfase) en een kleintje. Dan kan gesteld worden dat het om die ene plek gaat tussen Estland en Nederland. Maar goed de FIBA is bepaald niet altijd voorspelbaar in hun keuzes en geld speelt veelal een rol (hoewel vaak anders beweerd wordt).
Een aantal concurrerende landen is gewoon groot (Duitsland, Griekenland, Litouwen, Slovenië en Spanje zijn voormalige Europees kampioenen) en zit met een goede generatie. Al geldt dat laatste ook voor Nederland met onder andere de vier -jonge- NBA G-league spelers (Edwards, Enaruna, Leons en Post, de talenten in Spanje (Van de Vuurst de Vries en Kraag) en nog wat andere jonge mannen die op college spelen of gaan spelen (N’Guessan, Aristode en nog meer).
Uiteindelijk komt het naast de gunfactor van de FIBA voor ‘kleine’ landen aan op een goed en solide plan (naar verluidt is het voor Ahoy financieel gedekt), lobbyen, indrukken (zoals 3×3 World Tour) en prestaties. Daarom was de winst van Oranje onlangs op Tsjechië niet alleen voor het komende EK belangrijk.
Ik zag recent in Den Haag ook een media-gedelegeerde van de FIBA filmpjes maken van de volle hal die bij vlagen deinde op de muziek. Het zijn momenten die van invloed kunnen zijn.
De concurrentie van Nederland en Rotterdam voor een speelstad van het EK in 2029 heb ik hieronder op een rij gezet met ook de capaciteit erbij:
Athene – OAKA Arena / 18.300

Madrid – Wizink Center / 17.453

München – SAP Garden /12.500

Tampere – Nokia Arena / 15.000

Kaunas – Zalgerio Arena / 17.000

Ljubljana – Arena Stožice / 12.480

Tallinn – Unibet Arena / 10.000

Rotterdam – Ahoy / 10.000

