Ik denk dat het een jaar geleden is dat ik hoorde dat Maarten van Gent ernstig ziek was. Basketballiefhebber Aart Dekker vertelde het me eigenlijk terloops, Aart die tot het eind nauw contact heeft gehad met Maarten.
Toen, net als nu na zijn overlijden, moest ik terugdenken aan een reis die ik met Maarten van Gent maakte. Hij was toen bondscoach van Oranje en ik basketbaljournalist met een paar jaar ervaring. Oranje kon het EK ruiken, maar moest half januari 2001 in Bulgarije winnen.
Via het NMT, dat toen de zaken regelde rond Oranje, kreeg ik het voor elkaar om als freelancer met de ploeg mee te reizen naar Razgrad, een stadje in Bulgarije op de grens met Roemenië.
Het ‘feest’ begon al op Schiphol toen Sydmill Harris er niet bleek te zijn. Van Maarten begreep ik dat de teammanager een dag eerder blijkbaar de broer van Sydmill aan de telefoon had gehad. Of hij zich voordeed als Sydmill of zou doorgeven aan zijn broer dat hij een dag later op Schiphol moest zijn, is mij nooit duidelijk geworden. De gelukkig nooit cynische Maarten van Gent heeft op Schiphol nog gebeld met de 18-jarige Sydmill en hem geprobeerd alsnog naar Schiphol te krijgen. Uiteindelijk mocht hij van zijn vader (Oscar, de zanger) niet alsnog komen vanwege school. Het gezicht van Maarten op dat moment zie ik nog voor me, tegelijk maakte hij zich er niet druk over.
Onderweg in het vliegtuig naar Sofia vertelde Maarten mij veel over basketbal, over zijn vele zaken (en dat was heel veel) en contacten (van de Knicks tot diep in Rusland) en over wat er in Bulgarije zou gaan gebeuren.
De mannen in leren jassen op het vliegveld van Sofia, ogenschijnlijk bewapend, zal ik niet snel vergeten, maar ik moest er van Maarten geen acht op slaan. Ik moest ook niet verbaasd zijn als ik onderweg met de bus van Sofia naar Razgrad vrouwen langs de snelweg zag staan. Was heel gebruikelijk volgens hem in het (voormalige) Oostblok.
Ook voorspelde hij wat er zou gebeuren als we bij het communistische hotel aan zouden komen. In de lobby zou een reeks aan vrouwen op een rij zitten en een man zou ons, beter gezegd Oranje, hartelijk welkom heten. Ik kon het me niet voorstellen, maar het gebeurde precies zo.
Van Maarten mocht ik alles, ook de voorbereiding, van dichtbij meemaken en at bijvoorbeeld ‘gewoon’ met de Oranje-mannen mee waarvan ik de meeste natuurlijk kende.
De wedstrijd in Razgrad werd een drama. Het halletje, want dat was het, leek uit steentijd te komen. Overal zaten gaten in de ruiten en dat in januari. Dat de Bulgaren in Razgrad speelden was een slimme zet want Oranje had daar in dat uitpuilende halletje nooit van z’n leven gewonnen en ik kan me herinneren dat Maarten mij ook zoiets had voorspeld. Het werd 99-75.
De ochtend na de wedstrijd toen de bus vertrok bleek er weer een speler kwijt. Na een flinke zoektocht kwam hij uiteindelijk toch de bus in. Mij staat bij dat Maarten er zich niet echt druk over maakte, typerend.
In de jaren na Razgrad kwam ik hem natuurlijk nog regelmatig tegen, dat was altijd hartelijk en ik moet altijd denken aan zijn typische stem met Rotterdams accent.
Duidelijk is dat Maarten Herman van Gent geboren op 22 maart 1947 in Rotterdam, een goede basketbalcoach was. Hij begon in 1970 bij AMVJ in Rotterdam en via België en Estland sloot hij zijn coachcarrière in 2010 af in Den Bosch. Tussendoor was hij bondscoach van Nederland en Estland.
Van Gent leerde wat nodig was om te winnen en werd in drie landen kampioen en daarmee is hij nog steeds de enige Nederlander die dat gepresteerd heeft:
- Donar, 1982
- Oostende, 1985
- Tallinn, 1996
Hij maakte kennis met Estland in 1987 toen hij als coach met zijn ploeg Hellas Gent meedeed aan een toernooi in Tallin en schijnbaar won. Schijnbaar was het liefde op het eerste gezicht, aangezien hij er later ging wonen en werken.
In 1991 hielp hij de Estse spelers Tiit Sokk en Aivar Kuusmaa met hun contract bij Panathinaikos, ook toen al een topclub in Europa. In 1992 zette Maarten zijn eerste bedrijf in Estland op.
Naast basketbalcoach was Maarten een zakenman of in ieder geval iemand die in van alles en nog wat handelde wat geld opleverde.
Een overzicht van zijn zakelijke activiteiten, voor zover ik weet (en kon vinden):
- Spelersagent van zijn eigen agency Globe Sports Management
- Oliehandelaar Gulf Oil Estonia AS (verkocht) en Global Oil Trading OU
- Vliegtuighandelaar
- Managementadviseur, zo zette hij bedrijven op in oa de Maagdeneilanden
- Eigenaar camping Kapra Saaremaa in Estland
- Eigenaar zeiljacht S.Y. Jan van Gent dat te huur en te koop was
- Eigenaar van twee huizen die te koop waren op het Estse eiland Saaremaa
- Eigenaar Romanov-schapenfokkerij
- Importeur van de Tercoo, een opzetstuk voor een boormachine om roest en andere materialen van een oppervlakte te verwijderen
- Importeur van de Walkerbay zeilbootjes voor beginnende zeilers








Helaas ben ik er nooit aan toegekomen om uitgebreid met Maarten te praten over zijn leven, zijn carrière en zijn zaakjes. Dat was waarschijnlijk een heel boek geworden. Hij was natuurlijk wel recent te zien op tv in Winter vol Liefde. Dat soort programma’s boeit me niet en zelf noemde hij het allemaal fake. En het beeld dat van hem ontstond, tsja. Van provoceren was Maarten niet vies.
Evenwel heb ik in de archieven van de kranten voldoende uitspraken van Maarten van Gent gevonden die eigenlijk alles over hem vertellen. Mijn conclusie was, is en blijft: een schitterende vent.
Een zaalsport als basketbal vond Van Gents vader maar niets voor zijn zoon. Maarten moest maar blijven korfballen. Dat had hij dus niet moeten zeggen. Van Gent wilde vanaf dat moment per se basketballen en mocht op zijn achttiende eindelijk competitie gaan spelen. Na vijf jaar hield hij het voor gezien als speler, omdat ‘het nog leuker was om anderen te vertellen hoe het spelletje gespeeld moest worden.
Aan de titel met Donar zegt Van Gent weinig plezier te hebben beleefd. “Ik ben direct de zaal uitgelopen toen de titel binnen was. Want daar stond een bestuur de felicitaties in ontvangst te nemen dat mij een jaar lang had tegengewerkt. Ik was namelijk een coach die in hun ogen veel te veel macht had.”
Na Donar ging Van Gent aan de slag in Haaksbergen en problemen met zijn contract leidden zelfs tot een rechtszaak, waarin Van Gent in het ongelijk werd gesteld. Een door de sponsor vervalste brief zou onder meer tot verlies van de affaire hebben geleid en hij besefte toen dat eerlijk niet altijd het langst duurt. “Ik wil niet zeggen dat je oneerlijk moet zijn’, zegt Van Gent, ‘maar in het zakenleven word je min of meer gedwongen om je aan te passen aan de normen en waarden die daar gehanteerd worden, anders red je het niet.”
“Trouwens wat is eerlijk? Dat is wat ze de sukkelaars wijsmaken. Daarom blijven het sukkelaars. Niet iedereen is even slim of beschikt over dezelfde capaciteiten. Dat is nu eenmaal het leven. Zeker in Belgie geldt het recht van de sterkste. Niemand helpt elkaar. In het begin had ik daar grote moeite mee. Mij is altijd geleerd om eerlijk te zijn. In de praktijk blijkt het allemaal wat anders te werken. Als je wat wilt bereiken moet je slim zijn. Zakendoen is gemakkelijker dan ik dacht. Ik probeer op een legale wijze op zoveel mogelijk manieren winst uit een transactie te halen. Veel mensen zeggen dat dat niet mag. Zolang ik niemand bedrieg en geen mens benadeel, zie ik geen reden om mijn handelwijze te veranderen.”
“In Rusland heb ik een tijdje terug een paar moderne schilderijen gekocht, maar het was moeilijk om die hier te krijgen. Toen heb ik twee meisjes van Buitenlandse Zaken een vakantie beloofd als zij mij konden helpen die schilderijen uit Rusland te krijgen. Zij schreven een brief waarin stond dat de schilderijen een geschenk waren van de stad Tallin aan de stad Gent en dat ik ze moest vervoeren. Na een hoop gedonder bij de douane hangen ze nu wel boven mijn bureau. Iedereen vindt ze prachtig, dus nu ben ik bezig om die Russische schilder hier naar toe te halen. Dat is gemakkelijker dan telkens die schilderijen daar te gaan kopen.”
Nog een voorbeeld waaruit blijkt dat Van Gent door de buitenwereld nogal eens voor ‘vreemd’ wordt versleten. “Bij Haaksbergen heb ik een ooit een reis voor het hele team uit eigen zak betaald. We moesten voor een Europa-Cupwedstrijd zoveel verplaatsingen per bus en boot maken, dat we daarna nooit een goede wedstrijd konden spelen. Het bestuur kon toen niets anders regelen en dus besloot ik toen de vliegtickets maar uit eigen zak te betalen. Ik wil altijd winnen. Als mensen dan niet meewerken, doe ik het op mijn eigen manier. Ik heb geen zin om ergens te gaan spelen en het dan te laten lopen. We gingen dus met het vliegtuig. We verloren wel, maar ik had alles geprobeerd en kon dus vrede hebben met de nederlaag.”
“Na enkele jaren bij een topper wil ik nog meer gaan zeilen. Naast een prachtige hobby kan ik daar ook nog wat geld mee verdienen door boten te gaan verhuren. Voorlopig echter moet ik nog volop investeren om op termijn te kunnen verdienen.”
