Na een lastige start van het seizoen is Heroes Den Bosch de torenhoge favoriet voor het landskampioenschap. Dinsdag begint de ploeg aan de halve finale van de play-offs tegen Donar. Coach Erik Braal die vrijdag 54 jaar werd ziet een stijgende lijn die verder reikt dan het scorebord en denkt al verder dan dit seizoen.
De verwachtingen aan het begin van het seizoen waren in Den Bosch hooggespannen, maar de start verliep moeizaam. De oorzaak? “Iedereen was nieuw,” zegt Braal. “De stabiliteit die we verwachtten van de Nederlanders was er niet. De Amerikanen waren jonge gasten, rookies. Dat kwam er toen nog niet uit.”
Toch is de situatie inmiddels drastisch veranderd. De ploeg is de nummer één van Nederland, speelt met overtuiging en laat structureel beter spel zien. Volgens Braal is dat geen toeval. “De onderlinge rolverdeling is duidelijker geworden. Die Nederlandse spelers zijn zich bewuster geworden waarvoor zij hier zijn, namelijk om die stabiliteit te brengen.”
De technische staf heeft vanaf dag één gekozen voor een langetermijnvisie. “Toen we begonnen aan het seizoen hadden we het idee: we hebben Nederlands internationals nodig om de Nederlandse kern beter te maken dan in voorgaande jaren.” Dat vergt tijd en geduld. “Je gaat het gras niet sneller laten groeien door eraan te trekken,” zegt Braal. “Wat ik probeer te doen is zonlicht geven, Pokon, water, en heel veel praten eromheen. Zodat we liefde geven. Dat klinkt misschien romantisch, maar het is bijna letterlijk zo.”
En zo ontwikkelde Heroes zich dit seizoen tot de beste Nederlandse ploeg in de BNXT-league. “Het ontwikkelen van het team is niet dat je de pieken hoger maakt, maar dat je de ondergrens optrekt. We gaan niet meer door de ondergrens heen. En de ondergrens gaat steeds verder omhoog.”
Doelen
Het doel in Den Bosch is duidelijk: kampioen worden. “Dat is absoluut het doel.” Maar het is niet het enige, stelt Braal die in Den Bosch nog een contract heeft voor één seizoen. “Mijn taak is nu winnen, laat dat duidelijk zijn. Maar tegelijkertijd wil ik spelers ontwikkelen. Ik denk voorbij mijn termijn want dat vind ik gewoon normaal als werknemer in deze organisatie.”
De progressie is duidelijk zichtbaar, maar het blijft wisselvallig. “Dat komt omdat we jonge spelers hebben die nog niet constant presteren. In het begin van het seizoen moesten we vooral scoren om wedstrijden te winnen, maar nu groeit onze verdedigende kracht. We maken steeds meer stops op cruciale momenten, iets wat ons lange tijd ontbrak.”
Braal stelt dat zijn team regelmatig een beter schotpercentage heeft dan de tegenstander, maar dat voor zijn ploeg ‘misgaat’ bij de rebounds en de vrije worpen van de tegenstander. “Dat zijn belangrijke verbeterpunten waar we aan werken. De wisselvalligheid zie je vooral in bepaalde fases van wedstrijden, en ook als ik wissel. Line-ups verschillen qua kwaliteit, en dat vertaalt zich in het spel. Sommige combinaties presteren beter dan andere, daar ga ik in de play-offs zeker rekening mee houden.”
Een belangrijk leerpunt is de herinnering aan het vorige seizoen. “Vorig jaar waren wij op papier het betere team, maar Leiden was het betere team in de praktijk. Het was een blamage.” Die fout mag zich niet herhalen. “Mijn belofte aan iedereen: dat gaat niet nog een keer gebeuren.”
In de visie van Braal draait het niet alleen om fysieke fitheid of tactische plannen, maar ook om mentale stabiliteit en teamchemie. “Wij moeten zorgen dat we onszelf niet meer verslaan. Als we dat doen, dan dwingt alleen een echt betere tegenstander ons tot verlies.”
Data
De druk in Den Bosch is voelbaar. De club kent met Bob van Oosterhout een ambitieuze en soms ongeduldige eigenaar die resultaten verlangt. “Er zit een eigenaar die graag wil laten zien dat we goed bezig zijn en dat meet in kampioenschappen. Dat is niet verrassend. Er wordt hier genoeg geld geïnvesteerd om goed te zijn en we spreken elkaar daar regelmatig over.”
De druk brengt Braal niet uit balans. “De uitdaging is het vertrouwen te behouden, ook in moeilijke momenten. Het pad dat we bewandelen klopt. En daar houd ik iedereen aan: spelers, staf, maar ook de eigenaren.”
In die overtuiging speelt data-analyse een sleutelrol. “We hebben dashboards, statistieken, cijfers. En toen we verloren, konden we al laten zien waar we stonden en wat er ging komen. Dat is ook precies uitgekomen.” Die transparantie helpt het geloof in de koers te behouden. “We zijn dus niet bezig met paniekvoetbal, maar met onderbouwde keuzes.”
BNXT
Coach Erik Braal benadrukt het belang van de BNXT League. “Het samenbrengen van de beste teams uit Nederland én België zorgt voor een hoger niveau, een snellere ontwikkeling van spelers en een competitie die zowel fysiek als tactisch uitdagender is dan voorheen.”
Volgens Braal biedt het spelen tegen Belgische ploegen een belangrijke leerschool voor Nederlandse spelers. “De Belgen brengen fysiek intensief en snel basketbal, wat ons dwingt om ook fysiek en mentaal harder te worden. Dat is precies wat wij nodig hebben als we internationaal mee willen doen.”
Het gaat verder dan alleen wedstrijdritme. “In België zijn er andere speelstijlen en trainingsmethodes, andere inzichten in basketbal. Door die uitwisseling worden onze spelers flexibeler en slimmer op het veld. Dat is goud waard voor Oranje, omdat de internationale tegenstanders vaak ook een mix van stijlen en fysieke kracht brengen.”
Tegelijkertijd ziet hij ook de zorgen in het Nederlandse basketballandschap. QSTA weg, Den Helder mogelijk geen licentie en Weert dat een noodkreet gaf. ”Maar ik lees daar ook een politieke boodschap in: regio, kom op, steun dit. Anders raken we wat moois kwijt. De vraag is wat willen we? Vasthouden aan hoe het vroeger was met toch wel amateuristisch geleide teams, of spelen op een goed niveau? Je ziet het in Leeuwarden en Den Helder, daar is meer geld geïnvesteerd want ze wilden geen laatste worden. Blijkbaar helpt een beetje extra druk.”
Braal is duidelijk: zonder de BNXT-league zouden veel Nederlandse spelers onvoldoende worden uitgedaagd. Voor de nationale ploeg (Braal is naar eigen zeggen niet in beeld als opvolger van Shivek) vindt hij dit ook heel belangrijk. “We willen niet alleen een goede clubcompetitie, we willen een betere nationale ploeg die wedstrijden zoals tegen Groot-Brittannië wel kan winnen door met de juiste intensiteit te spelen. En dat begint bij het dag in dag uit spelen tegen sterke tegenstanders. België helpt ons daar enorm bij.”
