De winst op de Bulgaren woensdag was o zo belangrijk voor het Nederlandse basketbal en getuige de foto van de groep na de wedstrijd was dat ook bij de spelers duidelijk. Het vlaggenschip heeft nu in ieder geval de kans om de komende jaren tegen serieuze tegenstanders te spelen en te strijden voor tickets voor het WK en reëler het volgende EK. Anders waren het Luxemburg, Albanië en Noorwegen geworden en dat wil niemand.
De uitslag tegen de Bulgaren was natuurlijk opvallend, maar er viel mij meer op dan de 97-70.
Symboliek
Ruim een half uur na de wedstrijd was iedereen al aan het opruimen, ook in de mixed-zone in de catacomben van het Topsportcentrum in Almere. Ik stond er nog na te praten met Aart Dekker en ineens liepen Johan Roijakkers en Toon van Helfteren elkaar bijna letterlijk tegen het lijf. Van Helfteren die het Nederlandse basketbal zoveel moois heeft gegeven en aan de wieg stond van de renaissance in 2013 en Roijakkers die als coach (zowel bij zijn clubs als bij Oranje) lekker bezig is en best eens in de voetsporen van Van Helfteren zou kunnen treden. Het was een mooi moment om te zien, bijna een soort vader/zoon-moment. Twee basketbaldieren die even niet leken te weten wat ze moesten zeggen en elkaar een fractie van een seconde aankeken. Even leek de tijd te staan. Er volgde ‘een gefeliciteerd’ en ‘een goed dat je er was’ en nog wat korte woorden. Symbolisch gezien werd er misschien wel een spreekwoordelijk stokje overgedragen, maar dat zal de tijd uitwijzen.
Aanvoerder
Ik was al vroeg in Almere, simpelweg omdat ik geen risico’s wil nemen met het verkeer. Tot mijn verbazing was ik niet de enige die vroeg was. Om kwart over vijf, twee uur en een kwartier voor aanvang, kwam Keye van de Vuurst de Vries al het veld op voor zijn pré-gameroutine. De nog altijd pas 23-jarige guard kampte de eerste drie kwalificatieduels enorm met zijn vorm. Niks lukte en dat vrat aan hem, zichtbaar. Misschien dat het klote seizoen dat hij achter de rug had in Spanje nog meespeelde. Maar goed, volledig gefocust begon hij al heel vroeg aan de opwarming voor het duel tegen de Bulgaren. Alsof de aanvoerder letterlijk het goede voorbeeld wilde geven door vroeg te beginnen. En potjandorie wat een wedstrijd speelde hij: 22 punten (FG 8/14), 13 assists, en met hem op het veld was Oranje 31 punten beter dan de Bulgaren. Keye nam Oranje bij de hand op het moment dat het noodzakelijk was. Ik had het ook gezien in de oefenpot tegen China, als hij aanvallend ‘los’ is hij heel erg goed en verdedigend wil het dan ook een stuk beter lukken omdat de tegenstander achter hem aan moet lopen in plaats van andersom. Benieuwd hoe zijn komende seizoen gaat zijn en of zijn toekomst in Badalona ligt (met een contract tot 2027), is maar de vraag?

Kantelpunt
In het derde kwart drongen de Bulgaren woensdag serieus aan. De wedstrijd die Oranje na de matige start (25-29) in het tweede kwart (26-12) in handen had gekregen, had kunnen kantelen. Had gekund want Oranje scoorde niet meer en de Bulgaren zochten overduidelijk de grenzen op (55-50), maar naast de voornoemde aanvoerder waren er nog twee spelers die de planken uit het parket in Almere liepen en zich fysiek wisten te meten met de Bulgaren: Lucas Kruithof en Kjeld Zuidema. Onwaarschijnlijke hoofdrolspelers die ‘gewoon’ in Nederland spelen. Spelers die de bondscoach heel hard nodig heeft. Nou vond ik Kruithof langzamerhand rijp voor een rol(letje) in Oranje en hoewel hij aanvallend ongelukkig was in de eerste drie duels, is het een type speler dat nooit opgeeft. Dat bleek in Almere waar zijn driepunters wel vielen (3 van de 4), wat hem een enorme X-factor maakte met 11 punten, 2 assists, 3 steals en een onwaarschijnlijke plus/minus van +29. Bij Zuidema in Oranje had ik mijn twijfels, maar hij werkte enorm hard en liet zich fysiek niet aftroeven door de Bulgaren. Hij gooide er geen bal in, maar had wel een plus/minus van +22.

Overduidelijk hebben deze twee jonge spelers in de BNXT-league geleerd zich fysiek te wapenen tegen de veelal sterkere Belgen (en hun duurdere imports). Dat maakt voor mij dat de gezamenlijke competitie nuttig is. Het zou mooi zijn als deze twee spelers, met eigenlijk ook Marijn Ververs en Coen Stolk, een voorbeeld worden voor hun opvolgers om fysiek sterker te worden. En dan zou het goed zijn voor Nederland, maar ook voor België, als er minder imports komen zodat de Nederlandse mannen en dan ook de Belgische meer speeltijd krijgen en leren beslissingen nemen op het veld. Want in de competitie zijn de imports vrijwel altijd de beslissers en dat is terug te zien in het nationale team.
Al met al is het knap dat dit Oranje, zonder de ervaren Kloof (35) en Franke (29), met een gemiddelde leeftijd van 24,8 jaar zo’n beslissende wedstrijd kan winnen. De geschiedenis liegt niet en sprak niet echt in het voordeel van Oranje.
Feiten
Wat dat betreft heeft dit Oranje ook wel wat ‘records’ aangescherpt. 97 gescoorde punten in een thuiswedstrijd in reguliere speeltijd is een record sinds de renaissance in 2013 (in 2016 scoorde Oranje er 98 tegen Denemarken, maar na verlenging). De marge van 27 is ook een record (stond op 25 tegen Roemenië in 2018, 77-52). Dit gebeurde tegen een ploeg die hoger stond op de wereldranglijst (Bulgarije 46e, Nederland 54e). En 70 punten tegen is onder het gemiddelde van 73,2 punten tegen in thuiswedstrijden sinds de renaissance.

Dromen mag
In Almere zat de verslaggever van het NRC naast me en vroeg onder andere waarom het her en der zo verkocht wordt alsof dit Oranje -nu eindelijk- het WK kan gaan halen. En dan met de nadruk op de NBA’ers die daar voor gaan zorgen. Naar mijn mening is dat een commerciële gedachte. En die gedachte snap ik wel om de sport te verkopen, maar het strookt niet met de realiteit. Om te beginnen zit er maar één speler in de NBA en dat is Quinten Post die waarschijnlijk zolang hij in de NBA speelt hooguit op een eindtoernooi aanwezig zal zijn bij Oranje.
De anderen spelen in de G-league (spelers van Jong Ajax worden ook geen Eredivisiespelers genoemd) en hebben aan de NBA mogen ruiken. De kans dat Jesse Edwards, Tristan Enaruna en Malevy Leons structureel op NBA-niveau gaan spelen lijkt niet groot, maar ik zit er graag naast. En dan hoop ik dat Post (met nog een contract voor dit seizoen) geen slachtoffer wordt van een trade en terecht komt bij een coach die het niet in hem ziet zitten.
Maar los van deze talentvolle spelers is er in de breedte meer nodig voor Oranje om een eindtoernooi te halen, ook omdat Post, Jesse Edwards (en zijn broer Kai ook), de broers N’Guessan, maar ook Nzekwesi, Kuta en Dijkstra allemaal op dezelfde positie spelen. Er zijn zeker op de andere posities meer Nederlanders nodig die op hoog niveau (Spanje, Griekenland, Turkije, Frankrijk, Italië, Duitsland) gaan spelen en dat meenemen naar Oranje. En alleen Post kan serieus een driepunter schieten wat in het moderne basketbal eigenlijk tot het repertoire van een center moet behoren. Al met al is het goed dat David N’Guessan naar Brauschweig gaat en Jesse Edwards in Melbourne gaat spelen en hopelijk zijn ritme en vertrouwen in eigen kunnen terugvindt. Eigenlijk zouden Enaruna en Leons ook zo’n stap moeten maken, al snap ik goed dat het opgeven van een droom niet makkelijk is.
Wat ook gebleken is, en dat heb ik onderschat, is dat het verschil tussen het ‘frivole’ basketbal in Amerika en het ‘degelijke’ FIBA basketbal best groot is. Dat bleek in de vorige kwalificatiereeks al eens toen Enaruna voor de twee duels tegen Tsjechië overvloog, maar grote moeite had om aan te haken. Nu heeft het eigenlijk ook tot de laatste wedstrijd geduurd voordat het klopte.
De openingsfoto bij dit artikel is van Robert Verboon. Morgen (zondag) meer over de toekomst van Oranje.
Wil je al mijn bijdrages persoonlijk ontvangen en niet afhankelijk zijn van social media-kanalen, abonneer je dan en krijg een mail bij een nieuw artikel.
