De laatste keer dat de Nederlandse vrouwen meededen aan een Europees kampioenschap was het jaar dat de Simpsons debuteerden op televisie, RTL begon in Nederland met uitzenden, het kabinet Lubbers II viel en datzelfde jaar kwam er Lubbers III, in Beijing was de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede en het was het jaar dat de PTT werd geprivatiseerd. Kortom 1989, toen Oranje als zesde eindigde op het EK met Meindert van Veen als Bondscoach (wie anders?).
Woensdagavond beginnen de Nederlandse vrouwen in Estland aan een nieuwe reeks om zich te kwalificeren voor een eindtoernooi, dit keer het EK van 2027. Bondscoach is Vincent van Sliedregt die aan zijn tweede termijn begint.
De verhoudingen in de groep van Oranje zijn op papier duidelijk:
| Land | FIBA wereldranglijst |
|---|---|
| Slovenië | 23e |
| Letland | 37e |
| Nederland | 56e |
| Estland | 71e |
Na een hele competitie gaan de nummers 1 en 2 zeker door naar de volgende ronde (voor de duidelijkheid nog niet het EK) en drie van de zeven beste nummers 3 gaan ook door naar dus weer een knock-outronde met 24 landen. Daarvan gaan er 12 (de nummers 1 en 2 van de zes groepen) naar het EK met daarbij de vier organiserende landen: België, Finland, Litouwen en Zweden.
Om zeker te zijn van de volgende ronde moet Oranje alle thuisduels winnen en een uitwedstrijd ‘pakken’. Voor het laatste is de uitwedstrijd in Estland deze woensdagavond de beste kans.
Op papier strijdt Oranje met Letland (zaterdag uit in Riga, in maart thuis) om de tweede plek in de groep achter Slovenië, dat op het EK van dit jaar als negende eindigde.
Wat me opvalt aan de huidige selectie is dat tien van de twaalf speelsters in het buitenland spelen, dat zegt wel iets. Hopelijk nemen zij naast hun kwaliteiten en ervaring op dat niveau ook de noodzakelijke verdedigende intensiteit mee. Hof en Cornelius zijn natuurlijk erg ervaren, ook met spelen op het allerhoogste niveau in Europa, maar er is geen enkele dertiger in de selectie. En met Vanderklugt is er een van oorsprong Amerikaanse speelster opgeroepen.
| Naam | Leeftijd | Werkgever | Land |
|---|---|---|---|
| Laura Cornelius | 29 | Logiman Broni | Italië |
| Noor Driessen | 26 | Innova‑TSN CB Leganés | Spanje |
| Esther Fokke | 29 | O.ME.PS Battipaglia | Italië |
| Emese Hof | 29 | USK Praag | Tsjechië |
| Maud Huijbens | 23 | Rutronik Stars Keltern | Duitsland |
| Lotte van Kruistum | 22 | Grasshoppers Katwijk | Nederland |
| Linda van Schaik | 24 | Unibasket Logrono | Spanje |
| Hennie van Schaik | 22 | Duran Maquinaria Ensino Lugo | Spanje |
| Lotte Toornstra | 22 | Den Helder Suns | Nederland |
| Michaela Vanderklugt | 26 | Montbrison | Frankrijk |
| Iris Vennema | 21 | Badalona | Spanje |
| Laura Westerik | 26 | Lointek Gernika Bizkaia | Spanje |
Voorwaarde voor een succesvolle kwalificatiereeks is dat Oranje goed genoeg verdedigd. In de laatste reeks die begin februari eindigde voor het EK van dit jaar was de verdediging van Oranje een groot probleem.
Ik schreef er toen dit over:
Teken aan de wand is dat de ploeg in de vier cruciale duels tegen Spanje en Kroatië gemiddeld 80 punten tegen kreeg en dat maakt het heel lastig om wedstrijden te winnen.
Ik vond nog een interview met Meindert van Veen uit 2001 midden in een kwalificatiereeks toen Oranje er goed voorstond, met ook Slovenië als tegenstander, en misschien wel symbolisch voor de Oranjevrouwen in de gehele tussenliggende periode.
’Door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië manifesteerden zich steeds meer basketballanden in Europa.’
Nederland raakte achterop en degradeerde naar de B-poule. Pogingen van Van Veen om het verloren terrein te herwinnen liepen op niets uit. Veel steun kreeg hij niet. Het vrouwenteam telde niet echt mee. Dikwijls was het roeien tegen de stroom in. Een dieptepunt was 2001. Toen vergat de bond het Nederlands team in te schrijven voor het EK. Een geweldige afknapper voor Van Veen. Vaker had hij overwogen te stoppen. ‘Toen dacht ik: dit heeft geen zin, zoek het maar uit.’
Maar steeds weer waren er de speelsters die aangaven graag met hem door te willen gaan.De klik tussen speelsters en Van Veen, die zijn kennis niet uit boekjes heeft gehaald, maar zichzelf in de praktijk heeft gevormd, is er altijd geweest. ‘Het is een wisselwerking. Mijn verantwoordelijkheid naar het team en die van het team naar mij toe. Dat werkt nog steeds.’
‘Ik heb een band met de speelsters nodig. Ik kan niet klinisch te werk gaan. De meiden krijgen hier geen cent voor. Degenen die in de Nederlandse competitie uitkomen werken 40 uur per week. Zij krijgen 36 uur uitbetaald. Iedere week sparen ze vier uur. Die nemen ze op als ze met het Nederlands team moeten spelen. Zij hebben er alles voor over.’
