Telegraaf over BNXT: Nederlandse basketbalclubs lijden

Leiden BNXT kampioen

Deze zaterdag staat in de Telegraaf een uitgebreid artikel over de BNXT-league. De moeite van het lezen waard.

Al voor het vijfde seizoen basketballen de beste Belgische en Nederlandse mannenclubs in één grensoverschrijdende competitie tegen elkaar. De lancering van de BNXT League zorgde voor een hoger niveau, maar bracht ook grote verschillen aan het licht. Zo basketballen de ’Belgen’ veel beter en overschaduwen ze de ’Hollanders’ in kwaliteit en kwantiteit.

Verslaggever Telesport

In de bovenstaande zin zijn de nationaliteiten niet voor niks tussen aanhalingstekens genoteerd. De clubs uit beide landen brengen basisteams op de been die voornamelijk uit buitenlandse spelers (vooral Amerikanen) bestaan. Daarover verderop in dit verhaal meer. Eerst een paar feiten over de BNXT League, de baanbrekende competitie die in 2021 werd gestart in de hoop op meer wedstrijden met meer spanning en een hoger niveau.

Na wat ingewikkelde groeistuipen is de formule sinds vorig seizoen overzichtelijk. De beste mannenteams van beide landen (nu in totaal 18) beginnen het seizoen in één grote competitie en spelen allemaal twee keer tegen elkaar. De ploeg die na 34 speelronden bovenaan staat, is de BNXT-kampioen. De beste zes Nederlandse ploegen en de beste acht Belgische formaties plaatsen zich voor de play-offs om de titel in eigen land. Die landstitel is nog steeds veel belangrijker dan de BNXT-titel, die Antwerp Giants vorig weekeinde zonder uitbundige festiviteiten in de wacht sleepte.

Maar acht Nederlandse ploegen

De Belgen voeren sowieso de boventoon, want dit seizoen komen er maar acht van de achttien ploegen uit Nederland. En die dominantie gaat komend seizoen alleen maar groter worden, omdat drie Nederlandse clubs afhaken. LWD Basket (uit Leeuwarden), Den Helder Suns en PrismaWorx BAL (Weert) kunnen niet meer voldoen aan de verscherpte eisen die zijn goedgekeurd door een meerderheid van de clubs. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om strengere begrotingseisen, het kunnen beschikken over een (dure) wedstrijdvloer en het verder professionaliseren van het management.

De afmelding van de drie genoemde Nederlandse clubs leidt ertoe dat het Belgische aandeel in de BNXT League volgend seizoen nog groter zal worden. Omdat aan de andere kant van de grens CB Liège zich als nieuweling heeft aangemeld, wordt de verhouding zo goed als zeker 11 om 5.

Volgens basketbalspecialist en blogger Leon Kersten heeft het grote verschil alles met geld te maken. „In België is basketbal een grotere sport dan in Nederland, waardoor meer geld kan worden aangetrokken. En clubs met meer geld kunnen betere spelers inlijven. Het helpt in België ook dat de nationale vrouwenploeg Europees kampioen is en bij de wereldtop hoort. Op de populariteit van dit vlaggenschip liften de mannen wel wat mee. Basketbal heeft gewoon meer aanzien in België dan in Nederland. Het staat bij ons misschien niet helemaal onderaan, maar wel vrij laag op de ladder, waardoor verhoudingsgewijs weinig geld in basketbal wordt gestopt.”

Nederlandse clubs sneeuwen onder

Kersten stelt dat de Nederlandse clubs in de BNXT League moeten oppassen dat ze niet ’op alle fronten ondersneeuwen’. „Dat gebeurt nu al een beetje. Ik heb zelf de indruk dat alles vanuit Belgisch perspectief wordt bepaald, zeker als ik de website van de league bekijk. De algemeen manager is een Belg, de technische man is een Belg en op kantoor lopen Belgen. Dus zij bepalen alles.”

Toch noemt Kersten de BNXT League op sportief gebied een succes. „De Nederlandse clubs worden gedwongen om beter te gaan basketballen. En ik denk ook dat de competitie er gemiddeld gezien sterker van wordt nu die drie Nederlandse ploegen afvallen. Dat zijn clubs die eigenlijk al jaren tobben. Wat moet je dan: doortobben of een keer afscheid nemen? Dat laatste is niet onverstandig. Wellicht ontstaan op termijn in wat grotere steden serieuze initiatieven om goede clubs neer te zetten.”

Volgens Kersten, die het vaderlandse basketbal al heel lang op de voet volgt, wordt in de hoogste competitie van de Lage Landen één grote fout gemaakt. „Ik vind dat je moet afspreken dat er maar een beperkt aantal buitenlanders per team mag meespelen. Dat was in de Nederlandse competitie het geval in de periode voor het EK van 2015, waaraan Nederland meedeed met een goede generatie. Daarin zaten ook Arwin Slagter en Worthy de Jong, die toen nog 5-tegen-5 speelden. Die jongens kwamen bovendrijven, omdat ze een kans kregen in de eigen competitie.”

Later zijn die regels veranderd. Kersten: „Je mag nu geen onbeperkt aantal buitenlanders in de selectie hebben, maar in de praktijk staan er toch wel heel veel op het parket en zijn de Nederlanders bijzaak. Omdat bij de clubs de afgelopen jaren zo veel buitenlanders de plekken van Nederlanders hebben ingenomen, is er geen sprake meer van een eigen kern. Daarom wordt jaarlijks weer al het geld gebruikt om nog betere imports te halen, want de clubs willen meedraaien in die sterke BNXT League. Dat moet je doorbreken door een beter fundament te leggen met Nederlanders. Zo krijg je ook een betere binding met publiek en sponsors. En dat geldt ook voor de Belgische clubs.”

Clubs binnen de BNXT League mogen nu zes buitenlandse spelers in de wedstrijdselectie van maximaal twaalf spelers opnemen. „Breng dat terug naar vier imports en acht Nederlanders of Belgen”, zegt Kersten. „Dan kan je echt bouwen aan een fundament met spelers uit eigen land. Dat is niet alleen goed voor de ontwikkeling van die spelers, maar kost ook minder geld.”

Wat vindt Bob van Oosterhout van de kritiek?

Bob van Oosterhout, eigenaar van Heroes Den Bosch en een van de initiatiefnemers van de BNXT League, kent de kritiek op de beperkte inbreng van het aantal Nederlandse spelers. ,,We willen best wel meer Nederlanders op het veld hebben, maar we vinden ze niet. Spelers die we goed zouden kunnen gebruiken, verdienen heel veel geld in het buitenland. Bij Leeuwarden hoorde ik eens dat een Amerikaan goedkoper is dan een Nederlander van hetzelfde niveau. De clubs willen oprecht wel met jonge Nederlanders aan de slag, maar moeten natuurlijk ook zo goed mogelijk presteren.’’

Van Oosterhout noemt het afhaken van de drie genoemde Nederlandse clubs ’compleet onwenselijk’. ,,Met 16 ploegen kan je een hele mooie competitie maken, maar ik heb natuurlijk ook liever een verhouding 8:8 dan 5:11. Daar is niemand blij mee. We hebben in Nederland gewoon nog een slag te maken als het gaat om professionalisering.’’

Leon Kersten