Vandaag matchpoint, maar voor wie? Landstede of Donar.

Vanmiddag is in Zwolle (14u) wedstrijd vijf in de finaleserie tussen Landstede en Donar. Dat betekent dat er zaterdag in Groningen (16u) iemand kampioen kan worden.

Veertien keer eerder was het na wedstrijd vier in de serie 2-2, daarna was het twaalf keer (86%) de thuisploeg die op 3-2 kwam, maar twee keer won de uitspelende ploeg wedstrijd vijf.

De laatste keer was in het seizoen 2007-2008, Den Bosch won in Amsterdam 77-79. Daarvoor was het Den Helder dat in seizoen 1991-1992 de vijfde (en beslissende) wedstrijd won in Den Bosch 75-85.

FEITEN WEDSTRIJD 5

Dit duel is 25x gespeeld in alle finales sinds de invoering van de play-offs.

In 80% van de gevallen won de thuisploeg.

De gemiddelde uitslag was 80-71.

Historisch gezien was de stand na de vijfde wedstrijd:

13 keer 3-2

4 keer 2-3

En wat nu niet mogelijk is 6 keer 4-1 en 2 keer 1-4.

Tempo en passing game. Wat mij opviel in wedstrijd 4 tussen Donar en Landstede.

Goh dat was een ouderwets lekker potje basketbal gisteren. Doe mij er nog maar drie.

Voor het eerst deze serie was Donar zichzelf. Nou was het niet dat Landstede slecht speelde, in tegenstelling zelfs, maar de thuisploeg was gewoon ietsje beter. Dan helpen 17 rake driepunters (tegen 55%) natuurlijk ook wel, zeker als Landstede er maar zeven raakschiet. Dat scheelt toch 30 punten.

Overigens maakte het taaie Landstede dat verschil nog bijna goed in de slotfase, totdat Jason Dourisseau de deur op slot deed met zijn NBA-achtige driepunter op 1.6 seconde voor het einde van de slotklok.

Omdat de NOS mijn interview met Jason Dourisseau niet online heeft gezet en het wel leuk was, hierbij…

Jason Dourisseau over zijn cruciale driepunter

Nou viel mij vooral op dat Donar dit keer het tempo van de wedstrijd bepaalde en dat was dus fors hoger dan in voorgaande drie duels. Met hun verdediging en rebounds dicteerde Landstede het tempo. Nu was het andersom.

Dat werd al heel snel duidelijk omdat Jeter en Gipson vanaf de eerste seconde vooruit dachten. In de omschakeling had Zwolle daardoor, vooral in het tweede en derde kwart, moeite om zich verdedigend te hergroeperen. Plus, en dat is niet minder belangrijk, Donar maakte er een passing game van. Eindelijk werd ook de rust in de aanval gevonden om niet te snel te schieten, maar om goede aanvallen te spelen (met 20 assists voor Donar en maar 10 voor Landstede). Daar zullen Braal en Van Veen fors op gehamerd hebben.

En zo gebeurde het dat Donar een volwassen wedstrijd begon te spelen, met snelheid, inside dreiging door penetraties (zelfs zonder de zieke Koenis en geblesseerde Mast) en daardoor ruimte voor uitgespeelde driepunters.

Achteraf bezien werd het gat geslagen in het tweede kwart (26-16). Een opvallende rol was toen weggelegd voor Grant Sitton. Aanvallend werd hij (die in wedstrijd twee nog aan de kant moest blijven) de X-factor, maar ook verdedigend deed hij wat hij moest doen.

Landstede werd hierdoor gedwongen tot achtervolgen. Toen zag ik ook dat er spelers bij Zwolle waren die geforceerd op zoek gingen naar succes, in feite precies wat Donar deed in de voorgaande duels.

Herman van den Belt op zijn beurt zal in de rust gezegd hebben dat zijn spelers ‘normaal’ moesten gaan doen en zo ontstond na de rust, en zeker in de laatste 15 minuten (65-49) een kat en muis spel. Niet in het minst door Kajami-Keane die qua scores heel goed in de wedstrijd zat, maar in mijn ogen te weinig zijn collega’s vond (maar 4 assists).

Nogmaals er ontstond een goede wedstrijd, waarin het karaktervolle Zwolle vlak voor tijd nog terugkwam tot 85-82 en Jason Dourisseau zijn schot kon nemen.

Hoewel de Groningers een goede wedstrijd speelden, was Zwolle niet veel minder. De vraag is nu of Donar deze lijn, en metname het voor Donars spel cruciale driepuntsschot, kan vasthouden in een uitwedstrijd want Landstede heeft met nog maximaal drie duels te gaan gewoon thuisvoordeel.

Het is 2-1 en alles is nog mogelijk. Vanavond wedstrijd 4 Donar vs Landstede.

In de serie tussen Landstede en Donar is er op dit moment één ding zeker en dat is dat de stand in de best-of-sevenserie 2-1 is voor Zwolle. Ok er is nog één ding zeker en dat is dat om 19.30u in Martiniplaza de volgende wedstrijd is en donderdag nog een in Zwolle.

In wedstrijd drie kreeg Donar een pak slaag van Landstede, de thuisploeg was goed de gasten niet.

Nou zegt dat resultaat wel iets over het duel van vandaag, maar garanties biedt het niet dat leert het verleden wel.

Om een voorbeeld aan te halen, in het seizoen 2000-2001 won Amsterdam wedstrijd drie thuis van Weert met een enorm verschil, 106-67. Twee dagen later was het in Weert 79-78.

En zo zijn er veel meer wedstrijden geweest, wat voorbeelden van grote overwinningen in finalewedstrijd drie en daarna nederlagen in wedstrijd vier.

1989-1990 Den Helder – Den Bosch, 89-76. Daarna 89-52.

1993-1994 Den Bosch – Weert, 99-72. Daarna 80-70.

1994-1995 Den Helder – Goba, 95-80, Daarna 93-73.

1995-1996 Den Bosch – Den Helder, 80-61. Daarna 80-75.

1998=1999 Amsterdam – Den Helder, 69-51. Daarna 65-50.

1999-2000 Amsterdam – Werkendam, 84-67. Daarna 71-64.

2003-2004 Donar – Den Bosch, 87-66. Daarna 77-68.

2007-2008 Amsterdam – Den Bosch, 74-58. Daarna 79-63.

Ik denk dat in veel van deze gevallen het sentiment hetzelfde was, maar in feite is alles nog mogelijk.

FEITEN WEDSTRIJD 4

Wedstrijd vier in de finale is 34 keer gespeeld.

23x won de thuisploeg (68%).

De gemiddelde uitslag is 74-72.

Na het vierde duel was de stand in de serie:

14 keer 2-2.

6 keer 3-1.

En wat nu niet mogelijk is: 10 keer 1-3 en 4 keer 4-0.

Het komt neer op leiderschap. Wat mij opviel in wedstrijd 3 tussen Landstede en Donar.

Omdat ik gisteren bijna bovenop het veld zat, kon ik vrij goed horen en zien hoe de onderlinge verbale en nonverbale communicatie was tussen de spelers van Landstede en Donar. In de rust van wedstrijd drie was voor mij de conclusie duidelijk. Het verschil tussen Landstede en Donar is vertrouwen.

De thuisploeg speelde zeker niet perfect, maar Landstede straalde wel in alles vertrouwen uit, in de aanvallende opties en keuzes en natuurlijk in de verdediging.

Donar op haar beurt speelde in het eerste kwart helemaal niet slecht, maar bij de minste op geringste tegenslag in het tweede kwart liep het vertrouwen weg als lucht in een lekke fietsband. Een paar gemiste lay-ups (ja echt open lay-ups) en wat gemiste driepunters en de wedstrijd was in feite al gedaan bij rust.

Onderweg naar huis ga je dan toch denken hoe zit dat met vertrouwen?

De afgelopen jaren heb ik wel geleerd dat de teams met een duidelijk hiërarchie het beste functioneren en vaak kampioen worden en natuurlijk de meeste kwaliteit hebben, maar hier zit voor mijn gevoel wel een verband tussen.

Dit seizoen schreef ik al dat voor mij onduidelijk was wie nou de leider was bij New Heroes. Bij Zorg en Zekerheid is uiteindelijk, onder Groningse druk, ook zo’n situatie ontstaan, onder andere door het gedoe met Kherrazi en ik heb de indruk dat ook meespeelt dat Worthy de Jong de absolute leider is en dat de Amerikanen toen puntje bij paaltje kwam dat anders zagen.

Nu in de finale gebeurt hetzelfde. Bij Landstede is uitermate duidelijk wie de leiders zijn; Kaza Kajami-Keane, Noah Dahlman en ook is er een rol voor Ralf de Pagter (die met Den Bosch al twee keer kampioen werd). Zij gaan voorop, geven het goede voorbeeld aan beide kanten van het veld en de andere Zwolse spelers gaan daar in mee.

Dan de heel simpele vraag: wie is de leider van Donar? Ik kan het antwoord niet geven. Ik geef toe dat ik na de halve finale tegen Leiden, die Donar overtuigend afsloot, verwachtte dat Gipson samen met Slagter de kar zou gaan trekken.

Er zijn nu in de finale wel Donarspelers die het proberen, maar er is geen Curry zoals vorig jaar, of Jeter in de vorm van twee jaar geleden. Er is geen baas in die gelouterde groep en door de wisselende opstellingen van coach Braal krijg ik de indruk dat hij het ook niet meer weet. Ik bedoel Sitton van nul minuten naar een startende plek.

De stand in de serie is 2-1 en Landstede heeft een (ruim) -psychologisch- voordeel, maar Zwolle heeft nog niet vier wedstrijden gewonnen. Het is dus niet te laat voor Groningen, maar de echte leider moet nu wel opstaan.

Natuurlijk wordt er vandaag in Groningen gesproken met en tussen de spelers. Daarin kan iemand leiderschap en daarmee vertrouwen uitstralen.

Een rol die Arvin Slagter op het lijf is geschreven, maar dan moet hij morgen ook bijbehorende speeltijd krijgen.

Overigens zal in Zwolle ook worden gesproken, maar dat is een simpel gesprek. Gewoon blijven doen wat je deed en het trio Keane, Dahlman en De Pagter goed blijven volgen want dan kan er zomaar iets unieks volgen.

Normaal. Wat is normaal? Wint thuisploeg Landstede of wint weer de uitspelende ploeg dus Donar? Ofwel wedstrijd 3.

Morgenmiddag wedstrijd drie tussen Landstede en Donar.

Er staan voldoende vragen open. Te beginnen met de vraag of Zwolle opnieuw het tempo van de wedstrijd kan bepalen met hun vechtbasketbal?

Verder is er de vraag hoe het is met Rienk Mast en Shane Hammink die beide geblesseerd uitvielen in wedstrijd twee, het duel waarin Sitton niet in actie kwam omdat coach Braal dat niet wilde.

In feite speelde Donar met een zesmans rotatie, afhankelijk van de ernst van de blessures, ben ik benieuwd hoe Braal verder gaat met Sitton want er zijn principes, maar ook vaste lasten. Al hoeft het zeker niet verkeerd uit te pakken om met een kleine rotatie te moeten spelen, zeker niet één wedstrijd op zondagmiddag.

Afgeleide vraag van het tempo en de verdediging van Zwolle is of Donar haar driepunters tegen een hoger percentage gaat schieten, want 23% (14/60) over de eerste twee duels is te laag en dat werkt Zwolle behoorlijk in de hand.

HISTORISCHE FEITEN

Twee keer eerder in de geschiedenis van de play-offs kende de finale het verloop dat zowel het eerste als het twee duel werd gewonnen door de uitspelende ploeg.

In het seizoen 1981-1982 won Den Bosch de tweede wedstrijd bij Donar waarna de Groningers vervolgens wedstrijd drie en vier wonnen en kampioen werden.

In het seizoen 1986-1987 won Den Bosch het tweede duel bij Den Helder om daarna nog twee keer op rij te winnen en de titel te pakken.

Beide keren was dat dus een best-of-fiveserie, nu is de finale best-of-seven.

Wedstrijd drie in de finale is 38 keer gespeeld (er waren ook best-of-threeseries), 29 keer was de thuisploeg de winnaar ofwel 76%.

De gemiddelde uitslag is 83-74.

Na wedstrijd drie was het 21x 2-1 in de serie. 5x was het 1-2. 12x was het 3-0 of 0-3, opties die nu niet mogelijk zijn.

Landstede speelde één keer een wedstrijd drie thuis in de finale. In het seizoen 2015-2016 werd er thuis gewonnen van Donar, 74-68.

Donar speelde zes keer buitenshuis een wedstrijd drie in de finale. De Groningers verloren er vijf en wonnen er één, dat was het eerdergenoemde duel in Den Bosch, 83-85. De nederlagen waren in Den Bosch (2x), Den Helder, Leiden en dus Zwolle.

De spanning is terug. Wat mij opviel aan wedstrijd 2 die Landstede won bij Donar.

Eigenlijk is het deze keer heel kort en bondig.

Beter. Landstede was gewoon beter. Eigenlijk stukken beter, 53-62.

Ik had sterk de indruk dat Herman van den Belt zijn huiswerk goed gedaan had, vooral door het tempo te verlagen. Dat deed zijn ploeg veel goed en Donar kwam zo nooit in een ritme. Door het lage tempo kon de Zwolse verdediging zich ook veel beter organiseren en het dwingt Donar tot een half-court game waar het moeite mee heeft.

Verdedigend zette de ploeg uit Zwolle de toon en het lamlendige Donar leek wel te denken dat Landstede zich makkelijk zou gaan overgeven na de nederlaag in wedstrijd één.

Rebounds 34-50, heel opmerkelijk dat verschil in zo’n wedstrijd. Met maar liefst 17 aanvallende rebounds voor Landstede, tegenover 9 Groningse. Dat zegt mij wat over de wil om te winnen. Second chance points 8-16.

In aanvallende zin was het een lelijke wedstrijd, maar die zijn er meer geweest in de historie van het play-offbasketbal, des te opmerkelijk was de prestatie van Locke met 12p en 12r, alsof hij wat had goed te maken.

Wat verder opviel is het -zeer- lage aantal assists, zeven voor Donar en vijf voor Landstede.

LAAGTERECORD

De 53 door Donar gescoorde punten is trouwens het minste aantal ooit door de Groningers in een finale play-offwedstrijd. Het record stond op 54, in het seizoen 2014-2015 werd het in Den Bosch 83-54. Het vorige thuisrecord stond op 59, in het seizoen 2013-2014 werd het thuis tegen Den Bosch 59-52.

Voor Landstede is het in acht pogingen dus pas de tweede uitoverwinning in een finale play-offreeks.

EN NU

Evenwel is de stand in de serie 1-1 en gaat het nu om een best-of-five, met thuisvoordeel voor Landstede, voor wat het uitmaakt na de twee uitoverwinningen.

Nou weet ik zelf heel goed wie ik als winnaar voorspeld heb, maar voor de tweede wedstrijd op rij zet Landstede de toon met hun vechtbasketbal (niets mis mee) en Donar (b)lijkt daar grote moeite mee te hebben.

Als er geen cadeautjes meer worden uitgedeeld door Landstede kan ik het het wel eens mis gaan hebben, anderzijds zal Donar met tegenmaatregelen komen en die zijn niet heel moeilijk; rebounden en tempo maken dan wordt de Zwolse verdediging ook kwetsbaarder.

Vanavond het vervolg van de strijd om het kampioenschap, Donar vs Landstede. Wat feiten die leuk zijn om te weten.

Uiteindelijk telt voor zowel Landstede als voor Donar maar één feit en dat is vier wedstrijden winnen.

Toch vertelt ook het verleden een verhaal.

Negen keer eerder in 42 jaar play-offbasketbal in Nederland werd de eerste wedstrijd gewonnen door de uitspelende ploeg, zoals Donar nu.

Die negen duels kenden in wedstrijd twee veelal een succesvol vervolg voor de ploeg die de eerste uitwedstrijd won. Zeven keer werd het vervolgens 2-0 in de serie.

Slechts twee keer werd het dus 1-1 wat betekent dat ook de tweede wedstrijd werd gewonnen door de uitspelende ploeg. Dat was in het seizoen 1981-1982 Den Bosch dat won bij Donar, 91-92. In het seizoen 1986-1987 was het opnieuw Den Bosch dat dit keer won bij Den Helder, 58-64.

In 42 jaar play-offs kent de tweede wedstrijd in de finalereeks een opvallend feit. Dat is dat de uitspelende ploeg vaker won dan de thuisploeg, 20-21 is de stand. Over alle play-offduels is de verhouding 66% thuiswinst – 34% uitwinst.

De gemiddelde uitslag is 79-78.

Donar is in Martiniplaza niet onverslaanbaar, maar nederlagen zijn wel een zeldzaamheid.

Van de laatste 18 thuisduels in de play-offs wonnen de Groningers er 17. De nederlaag was in het seizoen 2016-2017 tegen Zwolle, 74-79.

In finales presteert Donar in Martiniplaza bijzonder goed. Over alle jaren waren er 30 thuiswedstrijden in de finale, daarvan werden er 26 gewonnen (winstpercentage van 87%).

Buitenshuis presteert Landstede historisch gezien niet heel goed in de play-offs met een winstpercentage van 27%,

In finales heeft Zwolle pas één uitwedstrijd gewonnen (voornoemde in Groningen) op zeven pogingen.

Cadeautjes. Wat mij opviel in de eerste finalewedstrijd tussen Landstede en Donar.

Spanning vergoedt veel en beide teams lieten bij vlagen keurig basketbal zien, maar ik heb eigenlijk teveel dingen gezien die in een finale niet meer mogen gebeuren.

Ik vind ook dat Landstede de winst weg heeft gegeven, aan een Donar dat niet goed speelde, maar wel het koppie erbij hield in de spannende slotfase en dat deed Zwolle niet. Zo blijkt maar eens te meer dat ervaring heel belangrijk is.

Om dit duidelijk te maken pak ik de laatste 54 seconden van de wedstrijd erbij.

Kajami-Keane heeft net gelijk gemaakt, 65-65. Donar valt aan. Iedereen weet dat Cunningham driepunters kan schieten (35% dit seizoen), waarom loopt Locke dan bij hem weg?

Een individuele denkfout met verregaande gevolgen. Want Cunningham krijgt een open driepuntschot op een favoriete plek, 65-68.

Wat volgt is een stukje hero-ball van Kajami-Keane, de Candees international en dit seizoen gekozen in het All-Starteam. Waarom schiet hij zo snel uit de loop een driepunter met nog 28 seconden op de klok?

Bovendien komt Koenis met zijn 2.10m aanlopen met gestrekte arm richting Keane 1.85m. Een hele dure keus van Keane om dit schot te nemen.

Gezien het restant speeltijd (25 seconden) is een snelle fout van Landstede een must. Dat duurt 10 seconden. Omdat Zwolle niet in foutenlast zit gaat de bal naar de zijkant. Daarna duurt het nog eens bijna 4 seconden voordat een fout volgt. Daarna duurt het maar één seconde voordat Donar naar de vrijeworplijn moet. 15 hele dure seconden. Hammink zorgt voor 65-70.

Dorsey-Walker schiet vervolgens goed en vooral snel een score binnen, 67-70.

Na de time-out heeft Gipson de bal op de zijlijn op de aanvalshelft. De 39-jarige guard neemt lang de tijd om te zien dat de Zwolse verdediging een enorme fout begaat.

Weer een dure misser van Landstede. De wedstrijd cadeau geven aan Donar is misschien wat kort door de bocht, maar het o zo ervaren Donar liet de kansen in ieder geval niet liggen.

Nou is dit duel duidelijk geworden dat het verschil tussen beide teams op zich niet groot is, tegelijk is ook duidelijk geworden dat Landstede snel moet leren van haar fouten om er een mooie serie van te maken.

Voor de 42e keer begint er in Nederland een play-offfinale. Landstede tegen Donar.

Gewoon omdat het kan wat historische feiten over deze eerste wedstrijd, dit seizoen een best-of-sevenreeks (voor de 27e keer).

De thuisploeg won in 78% van de gevallen de eerste thuiswedstrijd in de finalereeks. In alle in Nederland gespeelde play-offduels wint de thuisploeg 65,5% van de wedstrijden.

De gemiddelde uitslag in de eerste finalewedstrijd is 83-73. De gemiddelde uitslag over alle duels is 80-75.

Zoals ik gisteren al schreef lijkt winst in het eerste duel cruciaal want in 90.5% van de gevallen wint de winnaar van duel één uiteindelijk ook de titel.

Drie keer won de thuisspelende ploeg wedstrijd één in de finale met één puntje verschil. De grootste marge in wedstrijd één is 39 en die kwam twee keer voor. In 2014-2015 won Den Bosch van Donar (93-54) en vorig jaar won Donar zo ruim van Leiden (105-66).

Een keertje won de uitspelende ploeg met één puntje verschil, Den Bosch in het seizoen 1980-1981 bij Leiden (80-81). De grootste marge in de eerste finalewedstrijd in het voordeel van de uitspelende ploeg is 15. Donar won in het seizoen 2015-2016 met dit verschil bij Zwolle (70-85).

De laatste keer dat een uitspelende ploeg wedstrijd één won was in het seizoen 2015-2016, Donar won toen in Zwolle (70-85).

Wie wordt kampioen? Landstede of Donar.

Er is waarschijnlijk niemand die ik een kampioenschap meer gun dan vakman Herman van den Belt. Al jaren bouwt hij ieder jaar in Zwolle aan een hecht herkenbaar team en het lijkt er op dat hij ieder jaar ietsje dichter bij een titel komt en dat met beperkte middelen.

Evenwel doet het er helemaal niet toe wie ik wat gun en laat ik nog even duidelijk maken dat ik niets, helemaal niets tegen Landstede heb en voor de duidelijkheid ik heb ook niets tegen of voor Donar. Bottom line is dat het beste team kampioen wordt.

Ik denk dat het Donar wordt en ik weet ook dat Landstede alle vier de onderlinge duels dit seizoen heeft gewonnen.

HISTORISCH FEIT 1

Wedstrijd één in de finale van de play-offs lijkt historisch gezien cruciaal. Sinds de invoering van de play-offs is in 90,5% de winnaar van het eerste duel uiteindelijk ook kampioen geworden.

De best-of-sevenreeks begint in Zwolle en dat zou in het voordeel moeten zijn van Landstede alleen is er daar amper sprake van thuisvoordeel. Het verleden, met finales in 2016 en 2017, heeft helaas bewezen dat de stad Zwolle niet uitloopt voor haar om de titel spelende basketbalploeg. In de twee recente -verloren- finales tegen Donar was er telkens meer en ook meer hoorbaar publiek uit Groningen.

HISTORISCH FEIT 2

Voor Herman van den Belt en Landstede wordt het de vierde keer dat er in de finale van de play-offs wordt gespeeld. De laatste twee keer werd het 4-1 voor Donar, waarbij Landstede in 2016 ook thuisvoordeel had. Daarvoor was ze in 2004 kansloos tegen Amsterdam, 4-0.

Donar speelt voor de twaalfde keer in de finale, de Groningers zijn zevenvoudig kampioen waarvan de laatste drie jaar op rij.

Recordhouder is nog steeds Den Bosch met 16 titels, tweede op de ranglijst met acht titels is DED Amsterdam en die ploeg kan Donar dus evenaren.

VERGELIJKING

Landstede en Donar stonden in de competitie vier keer tegenover elkaar, vier keer won Zwolle. De onderlinge cijfers heb ik op een rij gezet.

2ptrs3ptrsftrebastaanv effverd eff
Landstede89-16937-9368-9714152122.9108.5
Donar83-14037-11355-7014361109.7124.2

Over het hele seizoen, inclusief de play-offs tot nu toe, heb al ik alle cijfers ook even op een rij gezet.

LandstedeDonar
Ptn voor83.384.3
Ptn tegen68.870.9
FG%47.448.4
2P%55.556.4
Aantal 2P16291363
3P%33.638.1
Aantal 3P9661065
FT%76.279.8
Aantal FT718563
ORB9.910.1
DRB27.727.8
REB37.637.9
AS17.118.3
ST10.38
TO11.713.3
BS1.81.4
Pace71.569.8
Annv eff116.4119.33
Verd eff96.299.78

Zoals je ziet zijn de verschillen klein, kleiner in ieder geval dan de 4-0 voor Landstede doet vermoeden.

Wat opvalt is dat Donar bij de percentages de bovenliggende partij is, maar duidelijk niet in de onderlinge duels dit sezioen. Wat verder opvalt is dat Landstede absoluut gezien meer tweepunters en vrije worpen schiet en dus inside meer dreiging heeft. Donar schiet meer driepunters en daar ligt ook hun dreiging. Vallen die driepunters dan komt er tegen Landstede, dat minder lengte heeft, meer ruimte voor Groningse insidemannen. Aan Landstede dus de taak om de Donar-driepunter weg te nemen.

Nou heeft Landstede een redelijk stabiel seizoen achter de rug, dat resulteerde ook in de tweede plek in de eindstand. Donar kende lange tijd een slecht seizoen, het boterde en liep niet in Groningen.

Op 6 april verloor Donar in Zwolle (101-96) dat was het laatste onderlinge treffen. Daarna speelde Donar elf duels, waarvan ze er negen won (tegen Leiden werd er in de competitie twee keer verloren). De efficiencycijfers in deze reeks spreken boekdelen.

Donaraanv effverd eff.
laatste 11 duels119.495.8

Kortom, uit de cijfers blijkt vooral dat Erik Braal zijn ploeg verdedigend op de rails heeft gekregen, iets wat op het veld ook duidelijk zichtbaar is.

Ik vergelijk dit Donar voor het gemak met een wurgslang, de ploeg slaat niet gelijk toe en draait heel langzaam, maar zeker, mede door de sterke bank, de tegenstander de nek om,

Dat is iets wat ook met ervaring te maken heeft. De ‘oude’ selectie van Donar kende een slecht regulier seizoen, maar wist natuurlijk ook dat de hoofdprijs pas in mei te verdienen is en dat speelt absoluut mee in hun hoofden.

Plus deze Donar-groep is drie keer op rij kampioen van Nederland geworden. Hoogstwaarschijnlijk is het voor een aantal het laatste kunstje in dienst van Donar, waardoor de uitspraak van NBA-coach Rudy Tomjanovic maar al te meer op gaat: Don’t ever underestimate the heart of a champion.

Nou gaat het geen ‘makkelijk ritje’ worden voor Donar. Daarvoor is Landstede te goed en vooral te taai. De ploeg heeft natuurlijk een enorme opsteker gekregen in de serie tegen New Heroes, metname de laatste winst in Den Bosch met die driepunter van Dahlman één seconde voor tijd is een oppepper van de bovenste orde.

In de video zie je dat Den Bosch niet goed roteert in de verdediging. Dat probleem werd in de drie Zwolse overwinningen vaker blootgelegd. Überhaupt was Den Bosch wisselvallig in de verdediging en ook in de aanval. Dat euvel lijkt verholpen bij Donar wat betekent dat Landstede in de finale nog harder zal moeten werken.

Nou is Landstede absoluut in staat een goed niveau te halen en hard te werken en ik mag aannemen dat de Donar-spelers dat laatste in deze fase van het seizoen ook doen, zo niet dan kan het nog heel interessant worden.

Bottom-line is uiteindelijk kwaliteit en zeker bewezen kwaliteit in het spelen van finales wat toch anders is en kwaliteit daar heeft Donar gewoon meer van.